Preek n.a.v. Mat 13, 44-52 op zondag 26 juli door ds. Antoinette van der Wel

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, 

In de afgelopen weken lazen we een aantal gelijkenissen uit Matteüs. Jezus vertelt ze aan een grote menigte die zich op de oever van het meer heeft verzameld. Herkenbare beelden van graan en onkruid nodigden ons uit aandachtig te luisteren naar wat Jezus vertelt over hoe het koninkrijk van God gestalte zal krijgen. Vandaag zijn we in een intiemere setting. Jezus spreekt met zijn leerlingen en nadat hij de eerdere gelijkenissen heeft uitgelegd, volgen hier nog een viertal kleine gelijkenissen. Het lijkt of Jezus zijn leerlingen extra wil inslijpen wat belangrijk is. Alsof hij hen nog een keer duidelijk laat zien dat er een keuze van hen wordt gevraagd. Waar verpand jij je hart aan? 

Hij geeft de leerlingen vier plaatjes om de ernst van het volgeling zijn duidelijk te maken. Gaan in mijn voetstappen is geen vrijblijvend uitje, maar heeft met je hele leven te maken! Durf je het aan, die keuze te maken?

Vier kleine gelijkenissen. De eerste gaat over een mens die een schat in een akker vindt. Hij botst er toevallig tegen op, maar weet de schat op waarde te schatten. Hij verkoopt alles om deze akker en de schat te bezitten. Daarna het verhaal van de koopman. Alles heeft hij over voor die ene wonderschone parel. De derde gelijkenis zal de vissers uit het hart zijn gegrepen. Een vol net vissen wordt gesorteerd. Alleen de goede vissen blijven over. Zo ook de huismeester die zijn voorraadkast opruimt en het goede bewaart. 

Wat is waardevol? Wat is voor jou van onschatbare waarde? Wat zijn jouw diamanten? Hoe vind je die schat? Wat heb je nodig om het onderscheid te kunnen maken? Waar is God in dit alles? 

In de afgelopen weken heeft menigeen de balans opgemaakt van de maanden die achter ons liggen. Hebben we goed en wijs gekozen? Zijn we, in ons verlangen naar veiligheid, mensen uit het oog verloren? Zijn we in deze periode volledig in onszelf gekeerd of hadden we nog ruimte om ons heen? Ik vermoed dat 2020 altijd het jaar van het coronavirus zal zijn, van de anderhalvemeter maatschappij, van mondkapjes en social distancing en het zogenaamde nieuwe normaal. Het jaar waarin zingen opeens gevaarlijk zou zijn en de kerkdeuren gesloten moesten blijven. Hebben we goed gekozen? 

Een jonge koning Salomo beklimt de troon. De wereld ligt aan zijn voeten. Als de Eeuwige hem vraagt wat hij wil, kan hij alles kiezen. Maar hij vraagt om een opmerkzame geest, vermogen om te luisteren en te onderscheiden tussen recht en onrecht. Salomo kiest wijsheid boven bezit, luisteren boven spreken, begrip boven macht. Hij lijkt de schat waar Jezus het over heeft wel degelijk te hebben gevonden. Hij weet te onderscheiden wat werkelijk waardevol is en wat bijkomstig en minder belangrijk is. Dat onderscheidingsvermogen wens je iedere regeringsleider toen en vandaag toe en dat vermogen zou ik gunnen aan ieder mens. De wijsheid om te midden van alles wat om je heen glimt en aandacht vraagt, datgene te zien dat er werkelijk toe doet. En daarbij de moed om daar dan ook voor te durven kiezen en al het andere dat schreeuwt om aandacht los te laten.  

Jezus nodigt zijn leerlingen uit goed te kiezen. Kijk waar jij je hart aan verpandt. Wat of wie is de moeite waard om voor te kiezen? Welke weg is de weg die je moet gaan? 

Schenk uw dienaar een opmerkzame geest. Geef me een luisterend hart. Leer me onderscheid maken tussen goed en kwaad. Met de gelijkenis van het onkruid en het graan nog in onze oren, denk ik dat het gaat om een weg. Leer me gaandeweg te luisteren, te kiezen, te staan voor wat goed is. Jezus’ leerlingen mochten het met vallen en opstaan leren. Hun leven werd gaandeweg in de voetstappen van Jezus gevormd. Onderweg leerden ze dat de kleintjes vooropgaan. Ze leerden wat het betekent om ruimte te maken voor de vreemde vogels die bij hun Heer willen schuilen. Het moeilijkste dat ze moesten leren was hoe anders deze Messias was dan ze altijd hadden gedacht. Hij blijkt geen bevrijdingsstrijder te zijn, noch een machtige heerser. Hij gaat hun voor op een kwetsbare weg. Hij is een weerloze Messias, die als hij geslagen wordt de andere wang toekeert en daarmee alle gangbare verhoudingen ondersteboven keert. 

Alles van waarde is weerloos. Deze zin van Lucebert, bovenop een gebouw in Rotterdam, heeft me na de eerste keer dat ik het zag nooit meer losgelaten. In die gebombardeerde stad, waar alles leek te zijn stukgeslagen zie ik die zin als een daad van verzet. Je kunt alles kapot maken, maar wat van waarde is blijkt te overleven. Geen macht in de wereld kan het slopen. Wat van waarde is moet je ontdekken, misschien wel op de puinhopen van de stad, of ergens tussen het onkruid of diep weggestopt in je herinneringen. Voor mij heeft dat alles met die schat te maken, ligt daar een kern van het evangelie, van Jezus’ leven. 

De rijke bramenplukker wist het, toen hij de dauwdruppels zag als diamanten. Salomo wist het, toen hij vroeg om een luisterend hart. De leerlingen hebben het door schande en verraad geleerd, deze was werkelijk van Godswege in ons midden. 

Alles van waarde is weerloos en juist in die kwetsbaarheid onaantastbaar krachtig. Het vraagt een omkering in ons denken, een overgave die niet gemakkelijk is, de moed om los te laten, om uit handen te geven, in het vertrouwen dat we niet te breken zijn. 

In de afgelopen maanden hebben we opnieuw kunnen ervaren dat het leven niet maakbaar is en we niet alles naar onze hand kunnen zetten. 

Maar kwetsbare nabijheid, liefdevolle zorg, een arm om je heen, een woord van troost, het is misschien weerloos, maar wel van onschatbare waarde. 

Ogen die de ander zien, die in dauw nog een diamant herkennen en een spiegel in het meer, ze zijn van onschatbare waarde. 

Mensen die kiezen voor het goede, voor medemenselijkheid, voor zorg, voor een ander, ze zijn van onschatbare waarde.  

Gaat 2020 de geschiedenis in als het jaar van het virus, of als het jaar waarin we voor elkaar durfden in te staan? Ik hoop dat het de geschiedenis ingaat als het jaar waar we kozen voor wie kwetsbaar zijn. Het jaar waar we de moed vonden om een stapje terug te doen, gelukkig te zijn met iets minder dan voorheen. Het jaar dat we een schat vonden, een schat aan medemenselijkheid en liefde, aan geloof en vertrouwen, aan hoop dat we nergens van God verlaten zijn. 

Amen.