Preek n.a.v. 1 Sam 16, 1-13 op zondag 8 september door ds. Antoinette van der Wel

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Er zou een koning moeten komen

die je geen koning meer noemen kan

eerder een rechtvaardig goed mens.

Dan zou daar een leider van komen

die geen hardhandige leider meer is

eerder een vriendelijke herder. [1]

 

Deze weken lezen we met de kinderen enkele verhalen over David. Is hij de koning naar Gods hart? De gezalfde die het verschil maakt? Het zal gaandeweg moeten blijken.

 

De profeet Samuel heeft het niet zo op dat koningschap. Waarom wil zijn volk toch zo verschrikkelijk graag lijken op de andere volken. Waarom moeten ze toch zo nodig een koning. Enigszins tegen zijn zin heeft hij Saul tot koning gezalfd, maar nu blijkt deze koning toch minder trouw dan gedacht. Hij liet zich verleiden om een deel van de buit uit de strijd tegen de Amalekieten, de aartsvijanden van Israel, voor zichzelf te reserveren. Daarmee corrumpeert hij niet alleen zichzelf, maar bovenal zijn opdracht als koning. Voor Saul is er geen toekomst meer.

 

Nu zou je verwachten dat hiermee gelijk een eind is gekomen aan dat gedoe met het koningschap, maar zo werkt het niet. De Eeuwige lijkt mee te bewegen met zijn mensen en stuurt Samuel op weg om een nieuwe koning te zalven.

 

Hoe lang blijf je nog treuren om Saul? Vul je hoorn met olie en ga op pad. Samuel wordt op zijn vingers getikt. Hij moet weer aan het werk. Hij kan niet eeuwig bij de pakken neer blijven zitten. Hup in de benen. Het leven gaat door! Nu kan dat laatste een ongelofelijke dooddoener zijn als het leven voor jou niet langer doorgaat. Als je in rouw bent en je leven juist is stopgezet, je je het liefst wil verbergen in je huis, kun je niets met een dergelijke uitspraak. Hier wordt Samuel echter uitgedaagd verder te gaan, niet uit de tijd te raken, maar weer midden in het leven te gaan staan. Er is geen tijd meer om stil te zitten, hij moet verder. God wil verder met zijn volk en daar heeft hij zijn trouwe bondgenoot Samuel bij nodig. Open je ogen voor de toekomst!

En Samuel gaat. Met knikkende knietjes. Want wat als…wat als Saul erachter komt dat hij al een opvolger heeft. In de bijbel heeft God gelukkig gevoel voor angsthazen en hij krijgt een dekmantel. Je gaat offeren in Bethlehem. En daar gaat hij met een koe aan een touwtje, naar het broodhuis. De plek waar Benjamin is geboren, waar Rachel in het kraambed overleed, waar Ruth Boaz beminde en waar we elk jaar met kerst weer op zoek gaan naar de koning.

Prachtig wordt vervolgens verteld hoe de zonen van Isai, de kleinzoon van Ruth, aan Samuel worden gepresenteerd. Het lijkt wel of ze stuk voor stuk over de catwalk langs paraderen. De één nog sterker en knapper dan de ander. Samuel weet het wel, bij Eliab is hij gepast onder de indruk. Groot, sterk en knap. Precies wat je zoekt in een koning. Stiekem lijkt hij op Saul, een waardige opvolger dus. Een mens kijkt naar het uiterlijk, de Heer kijkt naar het hart, wordt hem fijntjes toegevoegd.

 

Kijken met de ogen van je hart. Hoe doe je dat eigenlijk? Ik heb wel eens begrepen dat we bij een ontmoeting in een enkele seconde een oordeel vellen over wie tegenover ons staat. Geen wonder dat schoonheid, kracht en jeugdigheid hoog scoren bij zo’n ontmoeting. Maar wat zie je dan? En wat is schoonheid? Wat is kracht? Wat is jeugdigheid?

Kijken naar het hart. Stel dat we dat kunnen? Wat zie je dan in de ander? Zijn kwetsbaarheid? Haar gebrek aan zelfvertrouwen? Zijn boosheid? Haar teleurstelling? Elkaars verlangen? Elkaars hoop? Hoe we met vallen en opstaan het leven doorkomen? Hoe we soms buitengewoon goed voor elkaar zijn, dan weer buitengewoon slecht? Hoe voelt het als iemand je in je hart kan kijken? Wil je dat? Of verschuil je je liever achter je successen, je gladde huid, je strakke uiterlijk?

 

Als we een koning zouden moeten kiezen wil je er in ieder geval eentje die van wanten weet. Die zichtbaar is tussen alle anderen. Als we een leider kiezen is de verleiding heel groot om de stevigste eruit te pakken. In het journaal zie ik ze dagelijks langskomen. De leiders, met ferme taal en stevige woorden stappen ze bij ons binnen. Een enkele tweet is al voldoende om onrust te brengen in de wereld. Ze stampen op de grond en iedereen buigt.

 

Zeven zonen komen langs, maar geen van hen is de nieuwe koning. Zijn er nog meer? O ja, we hebben ook die kleine nog, die in het veld is met de schapen en de geiten. Ons nakomertje, ons kleintje. Hoe kun je nu aan de maaltijd gaan als de kleinste nog ontbreekt. Daar komt hij, zoon nummer acht. Zeven dagen in de week zijn er en de achtste dag ligt buiten de tijd. Het getal acht heeft met eeuwigheid, met Gods tijd te maken. Joodse jongetjes krijgen op de achtste dag hun naam en worden besneden. Aaron werd op de achtste dag gewijd, de dag van het nieuwe begin.

 

De achtste zoon wordt gezalfd. En dan horen we voor het eerst zijn naam: David. Een naam die in de Tenach alleen voor hem is gereserveerd. Een naam die ons herinnert aan het hebreeuwse woord voor liefhebben. De kleine herder, met zijn harp, de zanger, de dichter, is de koning naar Gods hart.

 

Er zou een koning moeten komen…

Maar wat kan die kleine koning nu tegenover al die stoere mannetjesputters? Tegen de machtigen der aarde?

 

Hoewel? De 16-jarige Greta Tunberg uit Zweden zet vol overgave de klimaatdiscussie op de kaart. Met Pipi Langkous-achtige vlechtjes neemt ze het op tegen de gevestigde orde. En wat raakt ze ons! Malala Yousafzai was een kind toen ze pleitte voor onderwijs voor meisjes. Ze werd bijna vermoord, maar haar stem blijft tot op de dag van vandaag klinken. Rosa Parks, een zwarte vrouw, weigerde op te staan in de bus en maakte geschiedenis.

 

Wat als de dichters en de kinderen het voor het zeggen kregen in deze wereld?

 

Wat als een kleine herder koning wordt? Wat als een man op een ezel het voor het zeggen krijgt? Wat als…

 

Het is bijna niet voor te stellen hoe dat zou zijn, maar wat een verschil zou het maken. En wij? Wat kunnen wij? Misschien wel dit. Ruimte bieden aan de stemmen van de kleintjes. De schreeuwers het woord ontnemen. Ons laten raken door de dichters, de zangers en de kwetsbare dromers.

 

David wordt tot koning gezalfd. Hij zal met zijn lied de gekwelde Saul troosten. Hij zal dapper opstaan tegen de schreeuwer Goliath en trouw aan zichzelf hem weerstaan. Maar ook voor David zal de roem zwaar te dragen zijn en de verleiding om de grootste te zijn hem corrumperen. Toch gaat de Eeuwige met hem in zee, zoals hij dagelijks met ons op weg gaat.

 

Durven we het aan trouw te zijn aan de dichter, de zanger en de dromer die in ons schuilen? Kijken met de ogen van het hart?

 

Psalm 72 zingt ervan

Er zou een koning moeten komen

die je geen koning meer noemen kan

eerder een rechtvaardig goed mens.

Dan zou daar een leider van komen

die geen hardhandige leider meer is

eerder een vriendelijke herder.

Dan dalen wolken vrede over het land.

 

Amen.

 

 

 

 

[1]Karel Eykman, Een knipoog van u zou al helpen, bij psalm 72, pg 86.