Communiqué

Zo af en toe komt het voor dat er veranderingen insluipen in onze gewoontes, waar we ‘last’ van krijgen. Ook in de kerkdiensten. Dan is het tijd om onze gebruiken weer even kritisch te bekijken en aan te scherpen. Zo hebben we in de kerkenraadsvergadering van 24 maart gekeken naar de schriftlezingen door de lector, en naar het moment waarop we gaan staan voor intochts- en slotlied.

 

Schriftlezingen door de lectoren

Alweer een aantal jaren hebben we in De Ark de gewoonte dat de lector een deel van de schriftlezingen verzorgt. Jarenlang was het gebruikelijk dat de eerste lezing door de lector werd gedaan. De predikant las de tweede lezing.

De laatste tijd komt het regelmatig voor dat een gastpredikant vraagt of de lector de beide lezingen kan doen. Er zijn ook predikanten die maar één schriftlezing opgeven, die dan door de lector gelezen wordt. Het wordt soms een beetje rommelig, of verwarrend. Het kwam recent ook af en toe voor dat de lector zich zoals gewoonlijk voorbereidde op de eerste lezing en dat een gastpredikant vlak voor aanvang van de dienst zei “o, doe ze allebei maar”.

 

Om dit alles wat beter te stroomlijnen -en zodat de lectoren weten waarop ze zich moeten voorbereiden- hebben we gekeken of het anders kan.

In overleg met de lectoren gaan we het als volgt doen:

de lector leest beide schriftlezingen

als er tussen twee lezingen een lied wordt gezongen, gaat de lector tijdens het zingen van het lied op een van de stoelen zitten op de eerste rij van het dichtstbijzijnde vak.

 

Moment van gaan staan voor intochtslied en slotlied

Tijdens intochtslied en slotlied gaat de gemeente staan. Het moment waarop we dat doen, is wisselend. Soms vergissen we ons in het voorspel van het orgel en denken we te horen dat we moeten gaan staan, maar volgt er eerst nog een mooi stukje muziek. Of we wachten (te) rustig af en gaan pas staan als we ontdekken dat de eerste regel al halverwege is.

Gevolg: soms staan de dienstdoende ambtsdragers als eerste op, soms staat al een deel van de gemeente als eerste. Dat wordt erg rommelig, en dat willen we graag beter gaan doen. We wachten in het vervolg niet meer tot het voorspel gespeeld is, maar gaan staan zodra de organist begint.

 

Het wordt nu zo:

Intochtslied:

Zodra de ouderling van dienst na de afkondigingen de predikant de hand geeft, zet de organist het voorspel voor het intochtslied in. Op datzelfde moment staat de andere ambtsdrager op.

De ouderling van dienst gaat niet op zijn of haar stoel zitten, maar blijft ook staan.

Ook de gemeente gaat dan staan (dus we staan tijdens het hele voorspel).

 

Slotlied:

Zodra de organist het voorspel voor het slotlied inzet, gaat iedereen staan. Dus ook voor het slotlied luisteren we staande naar het voorspel van het orgel.

 

Hartelijke groet,

Roelie Schipperus, scriba