Preek op zondag 25 juli door ds. Annemieke Kelder

Jeremia 23: 23-29

Lucas 12: 49-51

 

Lieve mensen van God                                                                         

 

Dat is even schrikken vandaag. Geen vrede maar vijanden. “Denken jullie dat ik vrede kom brengen? Vergeet het maar. Door mij worden mensen juist vijanden van elkaar.”

Het is even geen lieve boodschap vandaag. Vuur wordt er in ons midden geworpen. Verschrikt deinzen we terug: wat nu?

         Allereerst moeten we maar eens vast stellen dat het maar goed is, dat het bij God niet alleen om lievigheid gaat. God is geen tandeloze God die alleen lief kan glimlachen. God is ook een vurige God die in toorn kan ontsteken om onrechtvaardigheid, ongelijkheid, mensen die vermalen raken in het leven van alledag, of de ziekte die hen machteloos maakt. En de Eeuwige kan ontzettend boos worden als er dan in zijn naam onzin verkocht wordt, stenen voor brood, dromen voor waar worden aangeboden, leugens in plaats van zijn echte waarlijk wezen. Dat is het vuur, de verdeeldheid, de vijandschap die Jezus komt brengen. Naast de liefde, de keus van God om zo van ons te houden dat Hij zelf een van ons wil worden - daarnaast komt die mens van God om tegelijk daarmee en daardoor duidelijk te maken wat God ook niet is, wat er in de loop der tijd ingeslopen is aan onwaarheid, valsheid, eigen recht of menselijke macht. 

Denk maar aan de felle discussies van Jezus met de mensen van de geïnstitutionaliseerde religie van zijn tijd. De wetsgeleerden, de priesters, de mensen die de tempel, het huis van God, beheren en beheersen. Fel van leer trekt Jezus als hij ontdekt dat mensen, juist de meest kwetsbare mensen, vermalen raken in de molens van de machtige religie. Als hij ontdekt dat mensen regels verzinnen, voorwaarden stellen; dat bv. alleen wie geld heeft, macht, een hoge positie in de maatschappij, de juiste seksuele geaardheid of een foutloos leven, bij God mag horen. Als er drempels worden opgeworpen en verschil wordt gemaakt in wie wel toegang krijgt tot Gods liefde en genade en wie niet, wordt Jezus witheet. Vuur spuwen zijn ogen dan, en zijn woorden zijn als vlammen uit een drakenmond. Heel duidelijk zal hij onderscheid maken in wat op die manier absoluut niet van God komt en wat wel.

         Dat wordt hem niet in dank afgenomen. Het zal hem duur komen te staan. Lijden zal Hij daar om. Want het is bedreigend voor de anderen van de andere waarheid. Ook zij weten zich geroepen, hebben hun waarheid daarop gebaseerd, dat zij niet maar wat dromen, maar een onfeilbaar doorgeefluik zijn van Gods eigen wil en waarheid. En dan komt er iemand die zegt regelrecht van God zelf af te stammen, sterker nog, zijn zoon te zijn. Daar sta je dan met je overtuiging, je ervaring, je eeuwenoude Bijbelstudie. Wie heeft er gelijk? Wie spreekt de waarheid?

         Zolang als er profeten zijn die zeggen het woord van God te spreken, zo lang al zijn er discussies over ware en valse profetie. Wie heeft gelijk? Welk bewijs heb je? Welk bewijs erken je? Wie heeft er gelijk, over vrouwen als priester, een zegen over een homoseksuele relatie, voorouderverering, of het aanroepen van H. Moeder Maria als middelares? Wie heeft er gelijk, als er oorlog wordt gevoerd in naam van God, of van Allah; als protestanten de beelden van katholieken vernielen, of katholieken joden op de brandstapel brengen?

         God is niet alleen maar een God van liefde. De Eeuwige is ook een God van vurig onderscheid tussen wat past bij zijn beeld van het goede leven op aarde zoals hij dat bedoeld heeft, en wat niet. Maar er is, het spijt me voor wie op dat antwoord zit te wachten, geen enkele tekst die je zo aan kunt voeren als bewijs voor je eigen gelijk of dat van een ander. Gods Woord zoals het tussen kaft en kaft staat, leent zich daar niet voor. Het is poëzie, of heilsgeschiedenis, een brief aan gelovigen, of een levensverhaal dat vanuit evangelisch blij geloof wordt verteld. Dat kan nooit bewijs zijn, of wetboek, voor wat nu en ooit, in alle tijden en alle werelden, Gods wil zou moeten zijn. 

Gods woord openbaart zich, toont zich, aan mensen, in het verhaal van hun leven. Dat moet je aan elkaar vertellen; daar moet je vooral ook heel veel naar luisteren, om gaandeweg te ontdekken waar God zich als de ware laat zien, en waar het toch meer ging om wishful thinking, eigen dromen en verlangens; begrijpelijk, menselijk, maar niet God.

 

Nooit kan één tekst, één woord, één vers een bewijs zijn voor gelijk of ongelijk. Altijd is het nodig verder te kijken, na te denken, te vergelijken, erover te praten met elkaar. 

Maar intussen is er wel een rode draad, een grondlijn, een raamwerk, een boodschap die het verschil maakt tussen droom en werkelijkheid. Vandaag zie ik dat in het beeld van het vuur. Vuur loutert. Vuur zuivert weg wat verteert in de vlammen. Het scheidt het kaf van het koren, het stro van het graan, zegt Jeremia. Als stro in het vuur valt, blijft er niets over. Het geeft nog niet eens warmte, zo snel is het weg; het blijkt niets te zijn. Maar als graan in het vuur komt wordt het brood, voedsel, kracht, nieuwe energie. Zo maakt Gods vuur verdeeldheid, onderscheid tussen wat waar is en wat slechts schone schijn. Waar Gods woord als stro wordt gebracht, blijft er niets van over. Dan vergeet je wie Hij is. Waar het wordt gebracht als graan, als brood, als voedsel voor je geloof, je denken, je vuur en je liefde, daar ontmoet je de ware God zelf.

         De God die niet alleen van Jeruzalem is, of van Rome, of van welke kerk dan ook. De God van de hele wereld, zegt Hij zelf. Die niet zal ophouden om met zijn vuur weg te branden wat bij zijn vurige bedoeling niet past. De God die we mogen bidden en bezingen als het vuur van ons leven.

“Ontvlam in ons en vuur ons aan.” “Ontsteek het vuur van uw liefde.” “Wees de warmte van mijn bestaan; zo vriendelijk en veilig als het licht van het vuur van uw Geest, die aanstekelijk ons leven doorschijnt.” Zo zal vurig oplichten wie Gij zijt: de gloed van al wat leeft.

 

Amen, zo moge het zijn.