Overdenking op 21 februari door ds. Bert Kuipers

Overdenking

Plaatje van de wilde dieren

Meestal is er bij het schrijven van een preek zoals van vandaag een liedje dat de hele tijd door mijn hoofd zingt. Hebben we allemaal wel, zo’n liedje of wijsje wat maar niet weg wil. Meestal heb je geen idee waar dat liedje dan vandaan komt. Geen psalm, geen kerklied dit keer maar een kinderwijsje: ‘Ben niet bang voor de wilde dieren’. 

Toen ik goed nadacht bedacht ik: het komt door de Bijbelteksten van vandaag.

Dan gaat het over Genesis 9. God sluit een verbond met Noach, nadat de ark aan land is gegaan en de zondvloed is opgedroogd. En Jezus wordt verzocht in de woestijn door de satan. Wie heeft bedacht om die beide verhalen naast elkaar te zetten. Lang over nagedacht…. 

Toen ineens een lampje. In beide gevallen zijn wilde dieren in beeld. Zouden de roostermakers dat ook hebben gezien? Ik denk van wel, waarom plak je anders beide verhalen vanmorgen aan elkaar!

Die wilde dieren doen niks in deze verhalen, niks engs in elk geval. Ze zijn er gewoon. Zijn ze dan zoiets als stoffering, decor? Nee, ze herinneren ergens aan, iets wat we misschien al helemaal vergeten zijn. Niet aan de dierentuin, hoe lang is het al weer dat we daar naar toe mochten. Ze herinneren ons aan het paradijs. Zien we het voor ons? De mens en zijn vrouw wandelen door de hof, wandelen gewoon lekker in hun blootje, en ze delen een braampje of framboos met tijger, leeuw, lam en zebra. 

Zo had de aarde kunnen zijn en blijven wanneer wij, mensenkinderen, met onze onmogelijke wensen en begeerten er niet voor gekozen hadden of het maar lieten gebeuren dat het een chaos zou worden. 

Zo’n chaos als waar we nu al een jaar op zijn getrakteerd en dat niet onze schuld is maar waar we ook niet buiten staan. Bent u al geprikt? Die chaos duurt nog wel even, en na deze komt de volgende zeggen de kenners.

 

We kijken naar beide verhalen. In het verhaal van Noach sluit God een verbond met zijn schepping. Niet alleen met Noach, maar met de hele schepping, want die wordt meegezogen door het gedrag van de mens. 

Die zondvloed, dat was een idee van de Allerhoogste om nu eens schoon schip te maken met al die menselijke kwaaie opzet, was achteraf toch niet zo’n goed plan. Als de vloed weg is heeft God spijt over wat Hij heeft aangericht. Kom er eens om, een God die spijt heeft van zijn eigen boosheid en verontwaardiging, spijt van zijn eigen korte lontje.

Plaatje van de regenboog

Hij sluit een verbond, met de mens en zijn nageslacht, maar ook met de dieren, het vee, het gevogelte, en met de wilde dieren.. Dit zo zal niet meer gebeuren, als het aan God ligt. En de regenboog in de wolken gestoken is een zichtbaar en kleurig teken van Gods trouw en welwillendheid. De wilde dieren zijn getuigen. Ze grommen niet meer maar ze spinnen als een tevreden poes in het raamkozijn op een zondagmiddag.

Plaatje van de woestijn

En dan het andere verhaal. Over de verzoeking in de woestijn door de satan. Wie een beetje kind aan huis is in de kerk weet misschien nog dat vorig jaar op deze zondag het zelfde verhaal aan de orde was. Het hoort bij de eerste zondag in de Vastentijd, de 40dagentijd onderweg naar Pasen. 

Voor dat Jezus aan zijn omwandeling door Israël begint is er deze voorbereidingstijd, die duurt veertig dagen lang. Dan is hij in z’n eentje, in de woestijn, ver van alle cultuur, ver van de tempel en de openbare religie met alle liturgie en theologie, alle geruzie over wat wel of niet zou mogen.  

 

Eigenlijk is dit een soort van retraite, misschien hebt u dat wel eens zelf beleefd, een tijdje met anderen op je zelf, ergens op de Veluwe tussen de bomen. Een cursus. Je ziet ze voor duur geld vaak aangekondigd in de krant of op tv onder leiding van ervaren en gecertificeerde mediators. 

Jezus doet het alleen, zonder mediator. Op de satan na, tegenstander, wie dat ook zijn mag. Die is er alleen om hem op de proef te stellen, te testen, dus toch een mediator? 

Dit verhaal van de verzoeking van Jezus komt drie keer voor in de bijbel. Bij Marcus, Mattheus en Lucas, Johannes noemt het in een halve zin. Marcus heeft het oudste verhaal en het kortste.

Mattheus en Lucas wijden uit, maken er echt een verhaal van, in drie bedrijven. Jezus in de woestijn, zonder eten, veertig dagen. Jezus op een hoge berg zodat je alle landen van de wereld kunt overzien. En Jezus op het dak van tempel, iedereen zou kunnen zien hoe engelen hem zouden dragen als hij een sprongetje naar beneden zou wagen. Maar dat waagt hij niet. 

 

Die verschillen tussen die drie versies van het gebeuren zijn belangrijk. Daar moeten we even op studeren. 

Jezus wordt door de Geest naar de woestijn gedreven om daar door de satan te worden verzocht. De wilde dieren zijn bij hem, daar heb je ze, van dat liedje in mijn hoofd. En engelen dienden hem. Zorgden die voor boterhammen en een beetje schaduw? Het staat er niet. Dienen, dat doen ze, het zijn diakenen, en diakenen zijn altijd eindeloos met en voor iedereen in de weer. Hier dienen ze Jezus. Straks zal Jezus het omkeren, dan gaat hij dienen.

Maar dan dat verzoeken, wat houdt dat in? Ga eens na, wat zou onze grootste verzoeking zijn om af te zien van wat je zou moeten doen. Want daar is de satan op uit. De tegenstander. De figuur die je een voet dwars zet. Zodat je je programma niet kunt uitvoeren. 

 

Marcus geeft niet aan wat de satan aan Jezus voorstelt. Reden te meer voor zijn lezerspubliek, dus ook die twee andere evangelisten, om hun eigen invulling te geven. Wat zijn de verleidingen die bij deze twee schrijvers in beeld zijn? 

Laat de stenen broden worden! Een knieval en al die koninkrijken zijn voor jou. Spring toch, iedereen zal je herkennen als de Messias. 

Jezus bezwijkt er niet voor, en aan het eind scheldt hij de duivel weg. 

Bij de andere evangelisten heet satan ook duivel, en dat komt van het griekse woord ‘diabolos’  dat betekent: verwarrer, hij maakt een potje van onze missie, een warboel.

 

Maar laten we nog eens goed kijken naar die verlokkingen en verleidingen. Het gaat om deze drie dingen: 

Ons dagelijks brood zonder dat je je elke ochtend hoeft af te vragen waar je het vandaag nou weer eens vandaan moet halen; 

Of: een beetje invloed in de wereld waar je woont, zodat je gezien wordt, en er dus mag zijn. 

Ten derde bekendheid, dat het zin blijkt te hebben wat je doet. Dat zijn al met al toch niet zulke gekke wensen, ja de satan maakt er een hoop theater van. Maar suggereert hij niet gewoon basale levensvoorwaarden?

Jezus gaat er niet op in. Hij staat met lege handen, ongewapend, zonder bezit en zonder communicatief masterplan, zonder account op de sociale media, en toch klaar voor de taak die hij op zich neemt. 

 

En wat is die taak? Aankondigen dat het Koninkrijk Gods is aangebroken. En dat ontvouwt zich in de ontmoeting elke dag met de mensen die hij op zijn weg vindt. Een heel Evangelie lang.

Dit verhaal lezen we elk jaar op de eerste zondag van de 40dagentijd. Het eerste verhaal onderweg naar Pasen, als as-woensdag is geweest. De paastijd is begonnen. 

Je denkt dan gelijk terug aan vorig jaar, toen de carnaval voorbij was ging het leven hier dicht. Van de ene dag op de andere. Eerst was het nog wel een beetje spannend, maar al heel gauw werd het angstig, akelig, saai, bedreigend en eenzaam. 

Wordt dit weer zo’n paastijd? Weer een paasnacht met: wij met z’n allen thuis op de bank voor de buis of de laptop, en het team hier in de kerk voor de camera. Daar zitten we dan met onze mooi geschilderde stenen, met onze fleurige bloemstukken, hier en thuis….

 

Als we iets hebben geleerd, afgelopen jaar, is het weerstand bieden aan de beproeving. Als er ooit een tijd is geweest dat ons geloof en uithoudingsvermogen is getest is het wel dit jaar. De herinnering vlamt op als we dit verhaal lezen. 

Jezus laat zich niet van de wijs brengen. Wij dus ook niet. De wilde dieren zijn bij hem, als vreedzame huisdieren. En engelen dienen hem. Het paradijs is dichterbij dan je denkt als je je niet gek laat maken door de waan van de dag. Met dat geloof gaan we op weg naar Pasen.

In de Naam van de Vader, van de Zoon en van de Heilige Geest,

Amen  

 

Gebeden

Daar zijn we weer, goede God

Opnieuw onderweg naar Pasen

Wij danken U voor al die bijzondere tijden

Die ons worden aangereikt door de traditie

Zelf hadden we ze niet bedacht

Nu verheffen zij ons uit onze lethargie en gelatenheid

Laten wij ons, dat bidden wij U,

Dan ook kunnen open stellen

Voor de zeggingskracht van alle verhalen

Liederen, gebeden en symbolen

En dat wij ons zo, samen, op welke manier ook

Kunnen opmaken om straks Pasen te gaan vieren

 

Dan bidden wij voor de mensen die moedeloos zijn

Het duurt allemaal zo lang

En wanneer kunnen we weer zoals toen

Wij bidden voor ouderen en mensen

Die veel alleen zijn, zonder stemmen om hen heen

Dat zij zich laten aanspreken door allen

Die hen proberen te vinden

Wij bidden voor jongeren, die zo weinig

Hun leeftijdgenoten mogen ontmoeten

Want wie mag je nog in huis ontvangen

Dat zij zich niet gewonnen geven

Aan het zelfbeklag 

Wij bidden voor hulpverleners

Die de moed en troost

Uit hun tenen moeten halen

Omdat zij ook hun twijfels hebben

Zo bidden wij

 

Voor mensen die leven van en met verbeelding

In woord en toon in klank en in kleur

Dat zij steeds weer nieuwe inspiratie vinden

Om het leven van ons samen in beweging te brengen

Dat wij open staan voor hun verrassingskracht

En de grijsheid van onze vanzelfsprekendheid

Begint te blozen, overrompeld en verrast

Zo bidden wij

 

Voor onze regeerders bidden wij

Landelijk, plaatselijk, rechterlijk en kerkelijk, 

Dat zij zich gedragen weten door een betrokken bevolking

En dat zij zich dienstbaar weten aan ons aller welbevinden

Omwille van hun moed en doorzettingskracht bidden wij

Omwille van vindingrijkheid en durf

Dat zij niet worden afgebrand

Door al te makkelijk oordeel

Zo bidden wij

 

Voor uw kerk bidden wij, op weg naar Pasen

Dat zij zich geroepen weet om zorg te dragen

Voor ieder die met ons meegaat

Dat zij nooit saai wordt in haar betoog

En dat haar zo het ons gegeven mag worden

Weldra weer het lied in onze mond mag worden gelegd

Zo bidden wij

 

Stil gebed

 

Onze Vader.