Hemelvaart 2020… een pleisterplaats

Als kind was Hemelvaart één van de leukste dagen van het jaar. Een paar gezinnen uit onze kleine Belgische kerk gingen dan met elkaar naar de Efteling. Dat park was toen nog een stuk kleiner dan nu. Het sprookjesbos was geweldig en uiteraard was er veel tijd voor de speeltuin. Ik herinner me vooral de traptreintjes en mijn broer die harder kon trappen en dan tegen ons aan botste. In mijn herinnering scheen die dag altijd de zon, mijn moeder deelde broodjes uit de tas en mijn vader schommelde spectaculair hoog. We zaten met zijn allen op de vliegende Hollander. Een kerkdienst was er nooit, maar we voelden ons verbonden.

Vandaag is het weer Hemelvaart en kunnen we nog niet bij elkaar in de kerk zijn. Wanneer de ‘Ark in beeld’ groep bij elkaar is om het ochtendgebed te filmen, delen we wat we missen in de lege kerk. Wat zou het fijn zijn als we ontmoetingsplekken zouden kunnen creëren. Even een moment waarop we elkaar zien. Met de dauwtraptraditie in ons achterhoofd bedenken we pelgrimeren met Hemelvaart. Veel plezier beleven we aan het vullen van de dozen met een kleine attentie: een kaarsje, een pepermuntje, bloemzaad, een kaart met een gedicht en als hoofdprijs de armbandjes. Deze laatste hadden we laten maken voor de jeugddienst die niet door kon gaan, maar is nu toepasselijk, samen staan we sterk. Ben benieuwd wie er straks net als ik eentje zal dragen. 

Vanmorgen zette ik een doos pepermunt op het bankje voor ons huis. We besloten ook de vredesvlag op te hangen en bekertjes en water neer te zetten voor de dorstige pelgrim. Ik krijg een foto binnen van één van de anderen. Ook daar staat alles klaar voor de pelgrims. De jakobsschelp hangt als een uithangbord in de voortuin. Een mailtje: ‘Onze voortuin is ingericht voor de bezoekers. We hebben wat stoelen op afstand neergezet voor als mensen even willen zitten. We hebben er zin in.’ Ik realiseer me dat het goed is als we elkaar op deze wijze straks zullen zien. Natuurlijk keurig op afstand, maar in de zon en het licht. Even zullen we horen hoe het gaat, hoe we deze weken beleven, even een moment van ontmoeting, een pleisterplaats. Terwijl ik dit schrijf komen de eerste wandelaars aanlopen. Ik loop de trap af en ga naar buiten. We praten een poosje in de voortuin. 

Vreemd woord eigenlijk: pleisterplaats. Een plek om een pleister op de blaren te plakken, of misschien nog beter: een plek voor een pleister op je ziel. Ik hoop van harte dat voor velen deze dag zo beleefd zal worden: een pleister op je ziel. Je wordt verwacht, er wordt naar je uitgekeken. 

Ds. Antoinette van der Wel