Preek op oudejaarsavond door ds. Hedda Klip

Beste gemeenteleden van De Ark

Wat fijn om hier vandaag vanuit De Ark met de ouderling, lector, technicus en musici deze dienst te kunnen uitzenden, die u op oudjaar zult kunnen zien. Ik hoop dat deze feestdagen, kerst en oudjaar, ondanks alle beperkingen goed geweest zijn, goed zijn voor u. Ik heb sommigen van u al mogen ontmoeten, maar in deze coronatijd hebben we natuurlijk al die ontspannen momenten van ontmoeting met elkaar gemist. Dat is jammer. Vorig jaar om deze tijd zaten u en ik nog gewoon in volle kerken de feestelijke diensten bij te wonen. Wat een verschil met nu. We mogen niet meer naar de kerk. We zijn op onszelf, ons huis, en eventueel onze gezinsleden teruggeworpen. We moeten uitkijken dat we niet wat kribbig worden, nu onze activiteiten en sociale bijeenkomsten zijn weggevallen. 

Op oudjaarsavond kijken we terug op het afgelopen jaar. Ik neem aan dat u erover nadenkt wat dit jaar voor u betekend heeft. Van de zomer preekte ik in mijn oude gemeente Ootmarsum. Toen hoorde ik ondanks alles ook positieve berichten over het jaar. Mensen hadden die paar maanden afzondering ook rustgevend gevonden. Eng natuurlijk, bedreigend, maar ook een oase in de tijd: even niets moeten. Geen clubs, verjaardagen en activiteiten. Rustig een boek lezen. Wandelen in de natuur. In de zomer leken we door het ergste heen te zijn. We ademden op. Maar nu zitten we er weer middenin. Die tweede periode waarin we nu zitten, lijkt veel zwaarder te zijn. Voor velen is het nu financieel heel zwaar. Gaan bedrijven het redden? Gaan we het als mensen redden? Hoeveel isolatie kunnen we aan? De dagen zijn kort, het is donker en we verlangen naar gezelligheid en menselijke warmte. We hebben dat zo nodig. 

Waar kunnen we aan vasthouden in deze tijd? Als mens bepaalt wat we doen vaak wie we zijn. Maar heel veel dingen kunnen we niet meer doen. Ik ben zelf die persoon die graag muziek maakt in een groepje, die het leuk vindt zo nu en dan eens uit eten te gaan met vrienden of familie, naar de bioscoop te gaan. Maar nu dat allemaal weggevallen is, wie ben ik dan? Waar ligt mijn identiteit? Waar ligt onze menselijke identiteit, onze veiligheid? 

Iemand schreef dat we in deze moeizame tijd, waarin we leven, ineens veel dichter bij de levensomstandigheden in de Bijbel zijn. In de psalm die we hoorden, spreekt de dichter over de pest die rondwaart in het donker, de plaag die toeslaat op de dag. Het leven zonder beschutting. Dat komt dicht bij onze werkelijkheid nu, waarin we voortdurend weg moeten deinzen voor mogelijk gevaar van onze medemens en er geen beschutting lijkt te zijn. In die kale werkelijkheid stelt de dichter van psalm 91 geen vraag, maar hij spreekt een belijdenis uit: “Mijn toevlucht, mijn vesting, mijn God, op u vertrouw ik.”

Hoe bedreigend de werkelijkheid ook lijkt, we leven in de beschutting van God. God waakt over onze levens. We leven in zijn schaduw, beschut tegen de stekende zon. Zijn vleugel hangt als de vleugel van een engel over ons. In Kameroen zeggen ze: There are angels on our roofs. Er zijn engelen op onze daken. Boven ons hangt die onzichtbare vleugel. We mogen ons toevertrouwen aan Gods bescherming.

Onze identiteit ligt niet bij onze activiteiten, niet bij wat we hebben, wat we doen, maar in onze geborgenheid bij God. Daar zijn we veilig. Alles wat is, zal verder bestaan bij Hem. God blijft wie hij is, wat er ook gebeurt. In Hem vinden we rust en beschutting. Laten we belijden aan het einde van dit moeizame en vaak eenzame jaar, met de woorden van psalm 91:

Mijn toevlucht,

Mijn vesting,

Mijn God,

Op u vertrouw ik. Amen

 

Gebeden

Heer, blijf bij ons, want het is avond en de nacht zal komen. Blijf bij ons en bij uw kerk, aan de avond van de dag, aan de avond van het jaar, aan de avond van het leven. 

Blijf bij ons, wanneer de nacht over ons komt,

Blijf bij ons in leven en sterven,

In tijd en eeuwigheid.

Blijf bij ons met uw genade en zegen.

Amen