Preek op zondag 3 maart door ds. Antoinette van der Wel

Preek n.a.v. Lucas 6

Twee lezingen vanmorgen die eenzelfde grondtoon lijken te hebben. Waar Jeremia scherp en veroordelend spreekt, lijken Jezus’ woorden milder te zijn, maar als je goed luistert spreekt uit beide gedeelten een ongelofelijk ernst. Geloven is niet zomaar een leuke hobby die je in je vrije tijd beoefent, een onschuldig tijdverdrijf achter de voordeur, maar heeft te maken met je hele hebben en houden, met je hele leven en hoe je omgaat met mensen om je heen.

Het is nogal een claim die hier wordt gelegd en voor je het weet huiver je voor de radicaliteit die in eerste instantie op je afkomt. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar eerlijk is eerlijk, als mensen al te overtuigd zijn van hun geloof, vind ik het soms beangstigend. Het draagt altijd het risico van onbarmhartigheid in zich, van een wegen en te licht bevonden worden, van een oordeel over een al te gemakkelijk of oppervlakkig geloof. We hebben in de geschiedenis misschien te vaak gezien hoe een dergelijke ernst zijn doel voorbij schoot. Voor je het weet roep je op tot kruistochten of knopen mensen een bomgordel om. Of op wat kleiner niveau: Voor je het weet vertelt de dominee hoe je je leven vorm moet geven en wat je wel en niet mag op zondag en door de week. Word je beschouwd als een goed christen of als eentje die het maar half half is. Worden mensen afgewezen en aan de kant gezet. De kritiek die mensen hebben op gelovigen is helaas maar al te vaak waar. We blijken niet zo veel beter of anders te zijn dan gemiddeld.

Hoe kunnen we de radicaliteit uit de lezingen horen zonder daarmee onmiddellijk te komen tot een oordeel over anderen?

Ik zeg eerst kort iets over Jeremia om daarna het gedeelte bij Lucas aan de orde te stellen.

Jeremia beschrijft de tempel op een manier die we maar al te goed kennen van mensen die het geloof de rug hebben toegekeerd. Hij heeft het over de tempel als een rovershol! Het is een schrijnend beeld van die tempel, die de ontmoetingsplek met God zou moeten zijn. Die tempel, maar je mag daar wat mij betreft net zo goed de kerk in zien, lijkt dan op een clubhuis waar mensen samenkomen zonder zich te bekommeren over de wereld daarbuiten. Binnen hebben we het goed en we sluiten ons af voor wat daarbuiten gebeurt. Jeremia wijst een dergelijke levenshouding hartstochtelijk af. Hij pleit voor een eenheid tussen wat je in de tempel zegt en wat je daarbuiten doet. Voortdurend hamert hij daarbij op het aambeeld van de gerechtigheid. Hoe kun je Gods naam in je mond nemen en tegelijkertijd de vreemdelingen, weduwen en wezen onderdrukken? Hoe kun je een dienaar van God zijn en tegelijk je ogen sluiten voor kindermisbruik? Hoe kun je brood en wijn met elkaar delen en buiten je naaste laten hongeren? Dat kan nooit goed gaan, dan slaat alles stuk, zo zegt de profeet. Jeremia roept zijn hoorders op te laten zien waar ze voor staan, de tempel niet te gebruiken als een veilige haven, maar als een broedplaats voor gerechtigheid.

Wat lijkt Jezus op de profeet als hij zijn leerlingen toespreekt. Bij hem geen dreigende woorden, maar wel dezelfde ernst. Ook bij hem een oproep om als gelovige te kiezen voor een integere levenshouding.

Jezus geeft in dit hoofdstuk een aantal raadgevingen voor gelovigen. Waar we bij Mattheus deze woorden kennen uit de bergrede, beschrijft Lucas het korter en terwijl Jezus op de vlakte aan de voet van een berg staat. Bij hem eerder een veldrede dan een bergrede. Eigenlijk zou je kunnen zeggen, Jezus geeft zijn levensregels, hier met zijn voeten in de klei, down to earth, zonder franje. Als je hem wil volgen, dan sta je op een bepaalde manier in het leven en hij geeft daar een aantal heel praktische beelden bij.

Het begint bij jezelf. In drie voorbeelden houdt Jezus ons een spiegel voor. Een blinde kan geen blinde leiden, een leerling moet vooral leren en zal niet boven zijn meester uitstijgen en het bekende beeld van de splinter en de balk in het oog. Blijkbaar heb je heel wat huiswerk te doen voor je je kunt wagen aan een oordeel over een ander. Kijk zelf eerst in de spiegel voor je de ander de maat neemt.

Nu lijkt dat een hele gewone opmerking, eerst naar jezelf kijken en dan pas je oordeel over de ander uitspreken. Toch blijkt dat best moeilijk te zijn. Want hoe snel hebben we soms ons oordeel klaar. Iemand maakt een opmerking en we denken al te weten hoe die ander denkt. Iemand ziet er op een bepaalde manier uit en we denken al te weten al waar die ander staat. In een fractie van een seconde hebben we ons bij een eerste ontmoeting al een oordeel over de ander gevormd. Om nog maar te zwijgen over hoe we soms zonder enige relevante kennis van zaken ons een oordeel aanmatigen over onze maatschappij, de politiek en de stand van het land. Het is zo moeilijk om je oordeel op te schorten als iemand anders is dan jij.

Jezus gaat echter nog een stap verder in de beelden van de boom en de vruchten en de schatkamer van je hart. Stel, je bent zover dat je je oordeel weet uit te stellen. Je bent een mens vol goede daden geworden. Toch is daarmee nog niet alles gezegd, alsof je daarmee punten zou kunnen scoren en een geweldige volgeling bent geworden. Jezus spreekt over een eenheid van leven, daden en zijn. Ik zou dat integriteit willen noemen. Gelovigen worden uitgedaagd te zeggen wat ze doen en te doen wat ze zeggen. Mensen uit één stuk te zijn. Als je iets niet kunt waarmaken, moet je het niet beloven. Als je ergens niet in gelooft, moet je de moed hebben dat te benoemen. Gelovig zijn is een oefening in goedheid, innerlijk en uiterlijk. Laat, met je voeten in de klei, maar zien waar je voor staat en durf daarbij ook je grenzen aan te geven. Dit kan ik wel, dit kan ik echt niet, waarbij je nooit te min denkt over je mogelijkheden.

Ik vermoed dat gelovig leven in de sporen van Jezus te maken heeft met een besef van kwetsbaarheid. Weten dat je niet alles kunt regelen en goed maken. Weet hebben van gemiste kansen en zaken die je bij de handen afbreken. Wanneer je beseft dat ook voor jou het leven niet maakbaar is, biedt het ruimte om de ander te zien in zijn of haar falen, zonder die ander te oordelen.

Gelovig leven heeft te maken met je huis bouwen op een diep fundament. Bereid zijn goed en eerlijk naar jezelf te kijken, beseffen dat ook jij op hulp bent aangewezen, net als die ander.

Gelovig leven heeft te maken met het diepe besef dat ook jij aangewezen bent op de liefde van de Eeuwige, ernaar verlangen gezien en gehoord te worden. Zoeken naar waar Gods licht zichtbaar wordt in deze wereld en dat licht proberen te weerspiegelen.

Gelovig leven is enerzijds reëel beseffen dat je een kwetsbaar en falend mens bent, maar tegelijkertijd niet te min denken over je mogelijkheden om er voor een ander te zijn, om echt naaste te worden.

Ten diepste denk ik dat het ruimte geeft om naar elkaar om te zien, om elkaars verhalen te horen, om elkaar een spiegel voor te houden, niet om die ander te veroordelen, maar om die ander op zijn voeten te zetten. Ruimte om gewoon mens te zijn, een mens die met vallen en opstaan probeert als gelovige te leven, niet als een hobby, maar als levensstijl. Een levensstijl die in de ander altijd zal proberen het kind van God te zien. Het goede doen aan elkaar, niet om daarmee onszelf een betere plek te geven, maar gewoon omdat dat bij ons past, omdat het God, de wereld en onszelf recht doet.

Jezus nodigt ons uit integere mensen te zijn die het verschil maken. Die in staat zijn onrecht zichtbaar te maken en anderen aan het licht te brengen. Tot die houding worden we uitgenodigd, elke dag opnieuw. Met vallen en opstaan mogen we daar vorm aan geven, in het vertrouwen dat ook wij elke dag een nieuwe kans krijgen, om op te staan, om de weg van het koninkrijk te gaan.

Amen.