Pinksteren 2019, preek door ds. Antoinette van der Wel

Lieve doopouders, gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Wat is het toch een wonder dat de kerk bestaat. Wat is het toch een wonder dat al eeuwenlang mensen zich aangesproken weten door de bijbelverhalen en het niet kunnen laten ze door te vertellen. Wat is het toch een wonder dat we vandaag getuigen mogen zijn van de doop van Rosalie. Dat we zien hoe een volgende generatie een weg weet te vinden in de kerk. Reden te over voor dankbaarheid, voor vertrouwen dat de Geest van Pinksteren tot op de dag van vandaag waait en chaos herschept in liefde.

De leerlingen zitten bij elkaar. Ook Maria en enkele vrouwen zijn daar achter die gesloten deuren en dichte ramen. Veilig schuilen ze bij elkaar. Zo blijft de boze buitenwereld ver bij hen weg. Je kunt hun angst bijna proeven. Alle grenzen dicht, alle deuren dicht, veilig bij mensen van hun eigen soort. Zij spreken elkaars taal, hebben een gemeenschappelijke geschiedenis en halen herinneringen op. Het lijkt wel of ze zo hun angst willen bezweren. Zo doen mensen in onzekere situaties wel vaker. Je trekt je terug in je bekende veilige haven. Je sluit de ramen en de deuren, of gewoon je ogen. Wat ik niet zie, wat ik niet hoor, is er niet. Zo voelen ze zich veilig.

Angst is een slechte raadgever, het maakt dat mensen zich terug trekken in schijnbaar veilige bastions. Tegelijkertijd betekent dat ook bijna altijd dat anderen worden buitengesloten. Anderen die je niet begrijpt, die anders denken, anders leven, een vreemde cultuur hebben en een andere taal spreken. Die terugtrekkende beweging zie je niet alleen in de kerk, maar soms ook in het dagelijks leven of zelfs in de cultuur. Alsof we met zijn allen weer terug verlangen naar de knusheid van de jaren ‘50. De kerken zaten vol, je wist nog wie je buren waren en België was het buitenland. We vergeten dan gemakshalve maar even dat het ook een tijd was waarin je vooral in de pas moest lopen en er toch zeker ook sprake was van bekrompenheid.

Toch is het heel herkenbaar dat je in tijden van angst en onzekerheid de neiging hebt je terug te trekken in wat vertrouwd is. Je zoekt een veilige haven waar je schuilen kunt voor de stormen van je tijd. Precies wat de leerlingen van Jezus na zijn hemelvaart ook doen. Maar er gebeurt iets bijzonders.

Was het toen ze herinneringen ophaalden? Of toen ze verhalen vertelden over toen Jezus onder hen was? Weet je nog hoe hij het brood brak? Wat was het toch bijzonder dat we toen met 5000 mensen voldoende eten hadden? Weet je nog hoe hij ons tegemoet kwam toen we zo bang waren op het meer? Weet je nog hoe hij sprak over God, hoe vol vertrouwen hij was? Weet je nog hoe hij de tafels van de geldwisselaars omkeerde? Hoe hij de melaatsen aanraakte? Hoe hij ons bij onze naam noemde? Weet je nog?

Weet je nog? Tijdens het vertellen zijn de ramen opengewaaid, waart er een lopend vuurtje door de ruimte waar ze bij elkaar zijn. Voor ze het goed en wel beseffen staan ze vol overgave te vertellen, er wordt gelachen, er wordt een traan weggepinkt, maar ze ademen voor het eerst in dagen weer voluit. Hun lach schalt uit de ramen en buiten blijven mensen staan.

Het lijkt wel of de woorden van Joël opeens concreet zijn geworden. God zal zijn geest, zijn adem, uitstorten op alle mensen. Ze zullen dromen dromen en spreken als profeten. Alsof het leven weerkeert in hun kwetsbare lijven, alsof ze weer licht en lucht krijgen. Alsof na een periode van nacht opeens de duisternis openbreekt en het dag wordt. In Jeruzalem is een veilige plek. Daar kun je thuiskomen.

Pinksteren is het feest van de frisse wind in benauwde tijden, van een aanstekelijk vuurtje dat de kou verdrijft, van mensen die in vuur en vlam staan, die zich geraakt weten en dan de angst achter zich kunnen laten.

De leerlingen gaan naar buiten en vertellen over hun ervaringen met Jezus. Wat een wonder, alle omstanders verstaan wat ze zeggen en weten zich geraakt door hun woorden. Spreken de leerlingen opeens allerlei talen? Zijn ze kampioen simultaan vertalen geworden? Of is er nog iets anders aan de hand?

Het wonder van Pinksteren is een nieuwe taal, een taal die maakt dat mensen uit verschillende talen en culturen in staat zijn elkaar te ontmoeten. Het is een taal van liefde, van leven, van licht, een taal die maakt dat mensen elkaar in de ogen kunnen zien. Wat een wonder als we die taal weten te spreken. Als we met mensen kunnen delen wat ons werkelijk raakt, waar we ons gedragen weten door de Eeuwige.

Lieve gemeente,

Wat een wonder als mensen elkaar kunnen verstaan. Als ze een toon weten te zetten die zo uitnodigend en liefdevol is dat je geen woorden nodig hebt om iets van het geheim van de liefde van God met elkaar te delen. Als we taal gebruiken om elkaar te zoeken in plaats van elkaar te veroordelen of te wegen. Als taal gemeenschap schept en ademruimte in plaats van oordeel en haat. Wat een wonder als we die taal weten te vinden, weten te spreken. Het is de taal die kinderen soms nog zo feilloos beheersen, waardoor ze met elkaar kunnen spelen, zonder dat ze weten wat er wordt gezegd. Het is de taal van een arm om je schouder als je verdrietig bent, van de knipoog, van de glimlach, van het stuk brood dat je aangereikt wordt.

Lieve Jeroen en Elise,

Toen ik jullie vroeg wat jullie als kern van geloof willen doorgeven aan Rosalie viel onmiddellijk het woord liefde. God is liefde, zeiden jullie, en jullie hopen en verlangen dat Rosalie liefde zal ontvangen en geven, dat ze zichzelf mag zijn, een geliefd kind van God. Zo wensen we voor haar dat ze op mag groeien als een mensenkind dat de taal van de liefde beheerst. Een taal die ruimte schept, die mensen tot bloei laat komen. Een taal die Gods liefde en trouw weerspiegelt. Als de angst ons om het hart slaat, als we ons zorgen maken om de toekomst, als we niet weten hoe het verder moet, is het die liefde die deuren en ramen opent en ons tevoorschijn roept. Je mag er zijn, je krijgt mijn adem ingeblazen en je wordt op je voeten gezet, de ander tegemoet.

Wat een wonder als mensen uit allerlei culturen en talen elkaar verstaan. Als ze aan een gebaar of een half woord al genoeg hebben. Een woord dat zegt: je mag er zijn, jij bent een geliefd mensenkind, in jou worden mijn dromen werkelijkheid.

Zo vieren we vandaag het pinksterfeest, blij met Rosalie in ons midden, teken van toekomst, teken van de morgen die aanbreekt. Feest van de kerk die door de eeuwen heen opademt als de verhalen van de Eeuwige weer worden verteld aan nieuwe generaties. De deuren en ramen mogen open.

De geest van God waait als de wind, op vleugels van vrede,

Als adem die ons leven doet,

Deelt ons een onrust mede,

Die soms als storm durft op te staan,

Geweld en kwaad durft tegengaan,

Een koele bries die zuivert.

 

Wat een wonder dat die adem van God, die ons de taal van de liefde leert, tot op de dag van vandaag blijft waaien door ons leven en ons in vuur en vlam zet.

 

Wat een wonder dat Rosalie hier vandaag in ons midden is gedoopt, we vertrouwen erop dat de Geest ook haar zal bezielen en op haar voeten zal zetten.

 

Wat een wonder als we elkaar verstaan, dat we in deze wereld de tonen opvangen van een lied dat zingt van liefde en toekomst, van leven en licht. Dat lied mag ons uitnodigen op onze eigen wijs in te stemmen. Als een lopend vuurtje gaat het door de wereld: we zijn nergens van God verlaten, zijn liefde omringt ons leven.

Amen.