Meditatie in de drempeldienst op 23 juni 2019 door ds. Antoinette van der Wel

Beste jongeren, gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Het is voor jullie deze zomer tijd om een nieuwe stap te gaan nemen. De basisschool laat je achter je (of bijna achter je) en je gaat naar je nieuwe middelbare school. Je hebt misschien al een wenmiddag achter de rug en weet al een heel klein beetje wie je nieuwe klasgenoten zullen zijn. Weer oefenen met namen, wennen aan die grote rugzak vol met boeken, iedere keer in een ander lokaal, met een andere docent. Ik kan me voorstellen dat jullie daar heel veel zin in hebben. Na 8 jaar op de basisschool wordt het tijd om je vleugels uit te slaan en steeds meer op jullie eigen benen te gaan staan. In de kerk ga je voortaan samen met de andere tieners naar church4you. Langzaam maar zeker groeiden jullie daar ook letterlijk naar toe. Zat je eerst nog hier in het midden van het liturgisch centrum, gaandeweg schoof je steeds meer naar de rand van de groep. En nu ga je over de drempel, uitgezwaaid door de kindernevendienst en noemen we jullie geen kinderen meer, maar jongeren.

Wat neem je mee van de nevendienst voor je tienerleven? Ik hoop uiteraard een koffer vol mooie verhalen. Verhalen die je hebt gehoord en waar je naar wij hopen in de komende jaren opnieuw over gaat nadenken. We kunnen ons voorstellen dat je zegt: mooi die verhalen over Jezus, maar wat heb ik daar voor mezelf aan? Zoals vandaag: prachtig hoe hij zijn leerlingen op reis stuurde, maar ik ben nog nooit door hem op pad gestuurd!

Wat neem je mee op deze nieuwe stap in je leven? Het is een vraag die jullie je misschien stellen, maar die evengoed voor ons allemaal geldt. Wat vind ik belangrijk om te bewaren en mee te nemen en wat kan ik los laten en vergeten?

Opvallend is dat de leerlingen van Jezus helemaal niets mogen meenemen op hun reis. Ze gaan met lege handen op pad. Zo gaan de meesten van ons niet op vakantie. Ze zien ons al aankomen!

Het is een les in vertrouwen. Je hebt blijkbaar genoeg aan jezelf. Je kunt vol vertrouwen op weg gaan, want je hebt genoeg geleerd om het verderop te redden. Gelovigen worden in de bijbel mensen van de weg, reizigers, genoemd. Ze vertrouwen erop dat God met hen meereist. Daar worden ze heel dapper van en tegelijkertijd ook heel ontspannen. Je hoeft dus niet zo heel veel. Je mag gewoon gaan zoals je bent.

Zo mogen ook wij op weg gaan. Durf het aan anderen tegemoet te treden met een open houding. De leerlingen van Jezus krijgen als tip mee dat ze altijd als eerste de ander vrede moeten wensen. Eigenlijk zegt Jezus hiermee: gun die ander wat je zelf ook heel graag wil: vrede, liefde, rust, geluk, een leven onder de zon. Als je iemand zo tegemoet treedt, die ander het allerbeste wensend, dan kan het bijna niet anders dan dat de ander je hartelijk terug groet. Doet hij dat niet, ga dan gewoon rustig verder. Sta open voor alles wat je tegen komt. Wat je goed en mooi vindt bewaar je, wat niet bij je past laat je los. Maar leer en geniet van de nieuwe ervaringen.

De leerlingen moeten eten wat hun wordt voorgezet. Uit ervaring weet ik dat het niet altijd is wat je lekker vindt, maar nieuwe dingen moet je nu eenmaal leren. Het gaat er bij die leerlingen ook om dat ze misschien dingen te eten krijgen die joodse mensen eigenlijk niet mochten eten. 

Het lijkt wel of Jezus zegt: ga daar nu niet om bakkeleien, realiseer je dat de ander gastvrij voor je is en zijn best doet. Geniet van nieuwe ervaringen, ook als het een keertje tegenvalt. Daar word je sterker van!

En doe goed onderweg, maak zieke mensen beter. Wees dicht bij wie verdriet hebben, raak iemand aan, troost, wees lief. Allemaal dingen die ieder mens, jong of oud, kan doen, je hoeft er geen supermens voor te zijn.

Lieve ouders van deze jongeren,

Vandaag gaan jullie kinderen de drempel over. Vanaf vandaag rekenen we ze tot de jongeren. Een nieuwe fase breekt ook voor jullie aan. Je komt meer op afstand van je kinderen te staan. Ik hoop dat jullie zo nu en dan op je handen kunnen zitten, ze kunnen namelijk al heel veel. Zelfs hun eigen fouten maken onderweg. Maar wees er wel voor hen, als het even tegenzit, of als het moeilijk is om de weg te vinden. Wees er voor hen, juichend aan de zijlijn, wanneer ze elke dag weer een stukje zelfstandiger worden. En wees bereid antwoord te geven op hun vragen en mee te denken. Vergeet vooral niet te genieten van deze tijd en zo nu en dan ook de moed te hebben om dwars tegen alles in duidelijk te maken wat jij wil.

Jongeren,

Heb wat geduld met je ouders. Het opgroeien gaat soms zo verschrikkelijk snel, dat tempo houden we als ouders niet altijd bij. Weet dat we er voor jullie willen zijn, als steun en toeverlaat, als medereiziger, als spiegel en vraagbaak, onze liefde als teken van Gods liefde. Schroom niet de volwassenen om jullie heen aan te spreken, ook hier in de kerk. Stel alle vragen die je wil! We willen er graag voor jullie zijn!

Lieve gemeente,

Gelovigen zijn mensen van de weg. We gaan op pad, omdat we verlangen naar een land van vrede. We hoeven geen grote koffers mee te zeulen. We hebben genoeg aan onszelf, aan ons geloof en ongeloof, aan ons vertrouwen en onze twijfel. Waar we komen wensen we de ander vrede.

We gaan op pad zonder koffers, maar met een hart vol verhalen en de zegen van de Eeuwige. Verhalen die ons vertellen over mensen die ons zijn voorgegaan op een weg van geloof. De zegen die zegt, waar jij ook bent, ik ben met je, waar je ook gaat, ik zal je vinden, ik ben er voor jou. In dat vertrouwen gaan we, zonder gesjouw met een vrolijk hart op weg.

Amen.