Zomer...

Zomer…

Toen ik op 13 maart mijn eerste overpeinzing schreef voor de website, had ik nooit kunnen vermoeden dat ik hartje zomer mijn twintigste stukje zou schrijven. Twintig weken waarin we niet meer met elkaar zongen, waarin we leerden dat het gezond is afstand te houden en eindeloos onze handen wasten.  

Langzaam maar zeker komt er wat lucht in de situatie. We gaan voorzichtig weer op bezoek en op vakantie, we komen bij elkaar in de kerk en genieten in de zon op een terras. Maar er zijn lege plekken in ons midden, hier en daar zijn we elkaar uit het oog verloren. Een stilte die prettig rustig was, is soms zomaar beklemmend geworden. Er kwam creativiteit los, maar ook vermoeidheid; nieuwe verbondenheid, maar ook eenzaamheid. Hoe kijken we straks terug op dit vreemde jaar 2020? Is het een drempel naar een nieuwe wijze van samenzijn? Of gaan we straks in een razend tempo, met vaccin, weer terug naar hoe het was?

Ik kan verlangen naar lekker zingen in de kerk, naar een stevige handdruk, naar een spontane arm om iemand heen, naar heel hard lachen zonder te denken aan aerosolen. Ik kan soms zelfs verlangen naar drukte in de metro en toeristisch struinen door een onbekende stad, naar pepermuntjes en collectezakken door de rijen in de kerk. 

Het liefst wil ik de drempel over naar een leven zoals ik gewend was, maar ik weet dat dat voorlopig niet mogelijk is. Als dat straks wel weer kan, dan neem ik de verwondering over de creativiteit van mensen mee, hun enthousiasme om er in deze periode voor elkaar te zijn. Dankbaar draag ik de stilte in de vroege ochtend mee en de ruimte in het museum waardoor ik kunstwerken voor het eerst zag zonder mensen ervoor. De wandelingen met enige afstand maar met mooie gesprekken houd ik vast. Twee opeenvolgende nestjes mezen in ons kerkvogelkastje, de bloemen bij de voordeur, de mailtjes en de vreugde toen we weer in de kerk waren, het zijn prachtige herinneringen van dit voorjaar. Ik draag het verdriet mee van afscheid nemen op afstand, van troost proberen te bieden zonder aanraking, van huidhonger en onverdraaglijke stilte, van eenzaamheid en zwaaimomenten.  

Met de redactie sprak ik af dat deze twintigste overpeinzing voorlopig de laatste is. Ik heb ervan genoten, even tijd om te bezinnen, om mijn gedachten met u te delen via de website. Nu eerst de zomer vieren, voorzichtig, maar wel vol vreugde, om leven dat goed is, om mensen die er voor elkaar willen zijn, om een geloof in een God die ons nabij is, wat er ook gebeurt. 

Ik wens u een prachtige gezonde zomer. Kom weer veilig terug.

Ds. Antoinette van der Wel