Preek op zondag 9 januari 2022 door ds. Hugo Habekotte

teksten: Jesaja 55 en Marcus 1

 

Gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

Waar zal hij beginnen?

De Evangelist Mattheüs geeft een nauwkeurig overzicht. De afstamming van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham.

Abraham verwekte […].

Langs de lijn van onder andere Rachab en Ruth komt hij bij Maria, moeder van Jezus.

De Evangelist Lucas doet – zoals hij in het voorwoord schrijft, gedegen onderzoek naar alles wat er over Jezus is gezegd en geschreven. Hij plaatst de geboorte van Jezus in de tijd van Herodes, koning van Judea, keizer Augustus en Quirinius, de bewindvoerder over Syrië.

De Evangelist Johannes gaat terug naar het begin. De Schepping is het decor voor de komst van Jezus naar deze wereld. Hij zoomt in op het Woord van God dat mens geworden is en onder ons heeft gewoond. 

Waar zal hij beginnen?

Marcus, waarschijnlijk het oudste Evangelie dat we kennen. Hij heeft geen geboortebericht; bij hem geen engelenzang of kribbe. Na een veelbelovende aanhef:

‘Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God’ […],

toch enige teleurstelling. Het is als met een boek waarvan een deel is verdwenen. De eerste pagina’s er uitgescheurd; de rafelrandjes die doen vermoeden, er moet meer zijn geweest, maar wat? 

Waar zal hij beginnen?

Marcus stoort zich niet aan ons nieuwsgierig vragen. Het water van de Jordaan, de ontmoeting tussen Johannes en Jezus vormen het begin van zijn Evangelie. 

Het beeld van water houdt mij bezig. >Water, kleine beekjes, brede rivieren, onstuimige zeeën, ze spelen in het Oude en Nieuwe Testament een belangrijke rol. Water, kleine beekjes, brede rivieren, onstuimige zeeën, meer dan eens vormen ze de overgang naar een nieuwe werkelijkheid. Het verhaal van de schepping in het boek Genesis begint met water. Als er nog niets is, de aarde woest en doods en duisternis over de oervloed, dan staat er dat Gods Geest over het water zweeft. En God zegt: Licht! En er was licht. Een paar hoofdstukken verder, het verhaal van de zondvloed. Noach, zijn familie, de dieren twee aan twee, die de ark binnen gaan. Alsof het verhaal van de schepping in een nieuw jasje wordt gestoken. Nu is het de duif die over het water zweeft en eerste teken van nieuw leven brengt. Het water van het beekje Jabbok als grens tussen oud en nieuw. Jakob worstelt er met een onbekende man. Hij blijkt sterker en wordt gezegend. Als Jakob uit het water klimt, gaat er een nieuwe toekomst voor hem open. Voor het volk Israël misschien wel het belangrijkste verhaal over water. De Uittocht uit Egypte en de doortocht door de Rode zee. Het water dat moet wijken en de weg die zichtbaar wordt. Ze hebben nog een lange weg te gaan. Na een woestijnreis van veertig jaar trekt het volk onder leiding van Jozua de Jordaan over en komt in het beloofde land.

Water als overgang naar een nieuwe werkelijkheid. Marcus begint zijn evangelie bij de rivier de Jordaan. En dat is meer dan de niet aflatende stroom waarvan de loop het landschap bepaalt. Het is een bewuste keuze die aansluit bij de onstuimige zeeën, brede rivieren en kleine beekjes uit het Oude testament als drempel en overgang naar een nieuw begin. 

 

‘Het begin van het evangelie van Jezus Christus, zoon van God.’

In deze mini-belijdenis geeft Marcus aan wat staat te gebeuren. Jezus is vanaf het allereerste begin de Christus, de beloofde Messias; Hij de van God gegeven Redder; de Theos aner, de Zoon van God die de loop van de geschiedenis zal bepalen. Dit begin is geen Revolutie. Marcus zet wat was niet bij het grof vuil om vanuit het niets iets nieuws te creëren. Hij laat het verleden in woorden staan en geeft de toekomst in vertrouwde beelden weer. Wat komt, staat reeds geschreven. Het Evangelie herinnert aan wat eerder was. Daarvoor staat de Jordaan aan het begin symbool. Marcus breekt niet met de geschiedenis. Met het Evangelie trekt hij de lijn van de oudtestamentische geschiedenis door. Een rivier dankt haar bestaan aan de oevers die haar begrenzen. Hier worden de oevers van verleden en toekomst met elkaar verbonden door het water van de doop.

Daar staan zij, Johannes en Jezus. Scherper krijgen wij verleden en toekomst niet in beeld. Dichterbij tussen wat eens was en straks zal zijn, is niet mogelijk. In het water van de Jordaan en door de doop van Jezus stromen de twee werelden samen. Daar staan zij. Johannes in zijn ruwe mantel van kameelhaar en met leren gordel; zijn uiterlijk herinnert aan de profeten. Volgens sommigen is hij Elia in hoogsteigen persoon. Jezus, op de afbeelding van Giotto in adamskostuum en is de Geest in de duif verschenen, klinkt de stem van de Allerhoogste: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind Ik vreugde.’ In het kleed van de belofte verrijst Hij uit het water. Marcus begint zijn Evangelie bij de rivier de Jordaan. Door de doop van Jezus worden de beide oevers van verleden en toekomst voorgoed met elkaar verbonden. 

In die tijd 

kwam Jezus vanuit Nazareth […].

Aan de kant van Judea, Jeruzalem en het onbetekenende Nazareth komt Jezus als mens onder de mensen; samen met hen ondergaat hij de doop. Op de achtergrond klinkt de profeet Jesaja:

Laat de goddeloze zijn slechte weg verlaten, 

laat de onrechtvaardige 

zijn snode plannen herzien. 

Laat hij terugkeren naar de Heer

die zich over hem zal ontfermen;

laat hij terugkeren naar onze God, 

die hem ruimhartig zal vergeven. 

Jezus komt als mens onder de mensen. Aan de overkant van de Jordaan is Hij alleen. Veertig dagen in de woestijn, zoals eens het volk Israël hier veertig jaar heeft rondgetrokken. Zoals eens Jakob worstelt met een onbekende aan de oever van de Jabbok; zo wordt Jezus door Satan op de proef gesteld. Alsof er niets is veranderd en de geschiedenis zichzelf herhaalt.

Aan het begin van de dienst hebben we de doopvont geopend. Het water verwijst naar het gebeuren daar bij de Jordaan. In navolging van Jezus laten wij onszelf dopen en houden wij onze kinderen ten doop. In naam van Jezus mag de belofte ook voor hen en voor ons klinken:

‘Jij bent mijn geliefd kind,

in jou vind Ik vreugde.’

[Tussen haakjes, het is de belofte die tegen alle afwijzing in, ieder mag gelden.]

Jezus komt na zijn doop in de woestijn, daar wordt hij door Satan verzocht. Het mag ons eraan herinneren, met het water van de doop is niet plots alle moeite en zorg verdwenen. Na de doop wordt het leven niet plots een sprookje. Alle engelen ten spijt, na de doop wordt het leven van Jezus niet plots een sprookje, integendeel. Zijn doop begint met de belofte: 

‘Jij bent mijn geliefde Zoon.’

en eindigt aan het kruis met de schreeuw:

‘Mijn God, mijn God, waarom heb je mij verlaten!’

Bijna wordt Satan Hem te sterk. Bijna, want Hij is opgestaan en heeft de boze en het kwaad overwonnen. We zijn nu pas aan het begin, dit is het Evangelie dat Marcus ons en de wereld wil vertellen. In deze eerste verzen trekt hij de lijn van het verleden door. Met de inwoners van Galilea en Jeruzalem worden ook wij meegenomen in de doop die Jezus ondergaat. Aan de andere oever is Hij alleen. Wij horen hoe hij door Satan op de proef wordt gesteld, eerste teken van wat Hem te wachten staat. Toch dat is het einde niet. Niet Satan, maar de engelen. Niet de dood, maar het komend vrederijk en de wilde dieren. In het Evangelie laat Hij zich vinden en is nabij allen die Hem aanroepen.

 

Amen.