Preek op zondag 2 mei door ds. Hedda Klip over Johannes 15

Gemeente van Jezus Christus

Ik heb ooit een preek gehoord van een Zuid-Duitse dominee over de tekst in Johannes 15 over de wijngaard, een mooie preek, die heel precies beschreef hoe de wijngaard werd aangelegd en de wijnstokken groeiden. En wat er dan moest gebeuren: de bemesting, het snoeien en beschermen van de wijnstokken en uiteindelijk waar het allemaal om ging: de groei van de ranken, de bloei en de groei van de vruchtjes tot grote druiventrossen. 

Voor ons oog zagen we tijdens deze preek de wijngaarden in Zuid-Duitsland ontstaan, lieflijk gelegen tegen de heuvels langs de rivieren. We zagen de trossen kleine wijndruiven hangen.

Als Nederlander weten we hier natuurlijk niet zoveel van, helaas. Als Jezus in Nederland had geleefd dan had hij andere beelden gebruikt: rogge- of tarwevelden bijvoorbeeld. Of appelboomgaarden, of wat je maar had in onze akkerbouw 2000 jaar geleden. Wat graansoorten en wat fruitsoorten, voor zover ik weet. 

Maar in het oude Israël gebruikt hij de wijngaard.

En, zoals elke Israëliet weet, en wij ook, de wijngaard is een beeld voor mensen. Jesaja gebruikt dat beeld bijvoorbeeld. Daarin is God de wijngaardier, de wijnboer, die de wijngaard heeft aangelegd. En wij, die in Hem geloven, zijn de planten, die vrucht dragen of juist niet. Maar nieuw in dat beeld is, dat Jezus als Zoon van God zichzelf neerzet in die wijngaard als één van de planten. Als de wijnstok, de struik. Hij is één van ons. 

Midden in de wijngaard staat hij midden in de Schepping, sterk geworteld en krachtig. En dat maakt ons leven veel makkelijker. Want wij hoeven nu alleen maar uit hem te groeien. Hij is de stam. Soms denk je misschien: is de stam niet wat levenloos? Hij staat daar maar, onveranderlijk. Al zo lang. Maar elke keer weer groeien er nieuwe loten uit. 2,2 miljard loten, vandaag de dag. Dat zijn alle christenen wereldwijd. Wij zijn allemaal loten aan de stam van Jezus. We groeien, we worden zelf takken. Op een dag komen er bloemetjes aan onze rank. Zomaar vanzelf. Uit de stamper ontstaat de vrucht. En op een dag, in ons najaar, dan hangen er druiventrossen aan onze takken.

Wat wordt er van ons gevraagd? Hoe kunnen we vrucht dragen? 

We hoeven niet veel te doen, in dit nieuwe beeld. We moeten voornamelijk blijven. 

Blijven en openstaan voor de levenssappen die vanuit de stam naar ons toe stromen. We moeten blijven aan de stam.

Nu kunnen wijnranken niet weglopen. Maar wij wel. Dus daar houdt het beeld op. Wij kunnen weglopen. En dat doen veel christenen ook in de Westerse landen. Kerkverlating neemt toe. Blijven in de kerk wordt eigenlijk steeds moeilijker. We zijn nu een minderheid in Nederland. En dat betekent dat we ons, net als andere minderheden, vaker zullen moeten verdedigen. 

Als één jood wat fout doet, krijgen alle joden dat te horen. Als één christen iets fout doet, krijgen wij dat als christenen allemaal te horen. Ook al hebben we niets met die man of vrouw te maken. Sterker nog, als één christen ver weg wat fout doet, heeft u kans dat u erop aangesproken wordt. Ik heb zelf al gesprekken moeten voeren over de kruistochten, op het misbruik dat gepleegd is in de RK kerk. Zelf heb ik dan de neiging te denken: wat heb ik daar mee te maken? Niets toch? Maar zo werkt het niet meer, in de geest van de meerderheid. Christen blijven wordt moeilijker. 

Blijven wordt in andere situaties ook moeilijker. Wie blijft er nog in de baan waarin hij of zij ooit begon? Banen worden steeds tijdelijker. Onze waardes als samenleving zijn verschoven. Weggaan wordt soms meer gewaardeerd dan blijven, flexibiliteit dan stabiliteit. Relaties worden minder stabiel. Er wordt in allerlei verbanden minder gebleven.

Nu met corona, is dat natuurlijk een extra zorg: er wordt nog best veel ingelogd gelukkig, om de kerkdienst te volgen op zondag. In onze gemeente loggen er 150-200 gezinnen in, voor een ochtenddienst. Soms zit er één persoon achter het scherm; soms twee of drie. Mensen  kijken ook samen, met buren. Hoeveel mensen volgen een dienst? 300-400? Dat zou u dan even moeten vergelijken met het aantal kerkgangers in januari-februari vorig jaar. (antwoord uit de kerk: 220 in februari 2020). In sommige kerken loggen er zelfs meer mensen in dan er voorheen aan kerkgangers waren. 

Maar hoeveel inloggers zijn blijvers? Komen deze mensen inderdaad de kerkbanken vullen, als de beperkingen opgeheven zijn? Ik bespreek dit regelmatig met gemeenteleden: hoeveel mensen haken er dadelijk af? Zijn misschien al afgehaakt en vinden het wel goed zo? Wie zal er blijven? Wie komt er dadelijk weer naar de kerk? Het is de zorg van velen van u. Ik zeg altijd maar: het kan nog alle kanten op. Ik hoor verschillende berichten. Ik hoorde in de kennissenkring iemand zeggen dat ze het eigenlijk wel fijn vond, die vrije zondagochtenden, na een leven lang kerkgang.

 En ik hoor mensen zeggen dat ze heel blij zullen zijn als ze weer naar de kerk mogen, als de kerk weer open is. Ik weet van mezelf dat ik er ook weer van zal genieten: het gebouw, het samen zingen, de spiritualiteit, de woorden: die echt ervaren, life, is niet hetzelfde als naar een scherm staren. Vallen er mensen af? Of komen er mensen bij?  Wie blijven er?

Toch is dat het enige wat Jezus van ons vraagt: blijven. Dat we bij hem blijven en in hem blijven. Meer niet. Eigenlijk een hele ontspannen boodschap, deze morgen. Daar mogen we ook van genieten. We hoeven er niet veel voor te doen: alleen open blijven staan voor Gods Woord. De genade komt vanzelf.  Er wordt niet van ons gevraagd dat we elk jaar weer meer vruchten gaan opleveren, zoals in sommige banen. We hoeven niet steeds 10 % meer op te leveren. De vruchten hoeven ook niet steeds andere eigenschappen te hebben. Nu eens zoet dan weer wrang, naar gelang de smaak van de tijd is. 

Nee, we doen het goed, als we gewoon blijven. Rustig in de wijngaard van God aan de stam van Jezus blijven en groeien. Geen stress. Doe het rustig aan. Maar blijf bij Jezus. 

Amen