Preek op zondag 17 juli 2022 door ds Carla Kuhler

De gelijkenis van Martha en Maria

Het bezoek van Jezus aan Martha en Maria, het is een overbekend verhaal. Door de eeuwen heen is het door vele kunstenaars geschilderd. De bijbel passage sprak kennelijk tot de verbeelding hoewel deze met maar een paar zinnen is verteld.

Laten we eerst eens kijken naar het schilderij van Pieter Hendrickszoon Schut (ca 1670). Ons bijbel verhaal is hier weergegeven in beelden overeenkomstig de tijd waarin de schilder leefde. Het toont ons een 17e eeuwse Hollandse keuken waar personeel druk doende is. Links voor wordt pluimvee geplukt, daarachter zien we een vrouw die aan het afwassen is onder een stromende kraan. In het midden loopt een man met een mand vol borden en rechts wordt door iemand aan het spit gedraaid boven een haardvuur, terwijl een ander bezig is gebraad klaar te maken. Boven de schoorsteen zien we 2 beddenpannen hangen, die gebruikt werden om ’s nachts de koude bedstee te verwarmen. We zien, het is een en al bedrijvigheid ten huize van Martha.

Maar kijk, centraal achter, in het volle licht van de vensters geplaatst, is de scène waar het om draait: Jezus met voor zich Maria aan zijn voeten en tegenover hem Martha. Rond de tafel zijn nog een viertal mensen afgebeeld.

Wat zich op de voorgrond van het schilderij bevindt, al die drukke bezigheden, dat moet er zijn, zo lijkt ons de schilder voor te houden.

Maar we moeten verder kijken, onze blik daarboven uit laten gaan. Want in het perspectief, de ruimte in het volle licht is Maria geplaatst. Juist die scène bevat het centrale thema van het schilderij en van ons ons verhaal. Het goede deel kiezen.

Jezus is met zijn discipelen op reis en komt aan in een niet nader genoemd dorp. Hij wordt daar ontvangen door Martha, die druk doende is hem en zijn gevolg met goede zorg te omringen. Dit in tegenstelling tot haar zuster Maria, ook aanwezig, maar zij helpt helemaal niet mee, zij is gaan zitten om naar Jezus te luisteren. Verontwaardigd vraagt Martha daarop aan Jezus haar zuster Maria aan te sporen om haar te helpen met het vele werk. Maar Jezus spreekt: “Martha, Martha, je hebt de zorg en de drukte over vele dingen; aan weinig is gebrek, of maar aan één ding! - want Maria heeft al het goede deel gekozen dat van haar niet zal worden weggenomen!”. Jezus wijst Martha op dat, waar het haar aan ontbreekt. En wat Martha ontbreekt, juist dat noemt Hij het goede deel. Hij wijst op Maria, op haar instelling die navolging verdient. Zij zit stil te luisteren naar de woorden van Jezus. Misschien zou je hier de tekst aan kunnen vullen met: “die overwegende in haar hart”. Met al haar drukte gunt Martha zich de tijd niet om zich open te stellen. In tegenstelling tot Maria die zich ontvankelijk toont, zich opent en luistert.

Het lijkt zo’n eenduidig verhaal. Maar pas op, ook nu geldt weer, dat wat hier zo op het eerste oog een weergave van een kleine gebeurtenis lijkt, zo niet moet worden verstaan. Wij hier in het Westen zitten vaak op het verkeerde spoor door op die manier naar Bijbelse verhalen te luisteren. We houden van een helder betoog, liefst met een paar duidelijke punten als kapstok aan de hand van waar we de verteller goed kunnen volgen. Alles uit een verlangen het geloof eenvoudig en verstaanbaar te maken.

Maar een Oosterling gaat anders te werk, hij vertelt een verhaal of een parabel, die vaak niet eenduidig is. Verhalen, parabels dagen ons uit, kunnen vanuit verschillende posities bekeken worden en vragen om een soort bezinning. Ze zijn er niet op uit iets eens en voor altijd vast te leggen, maar willen ons een andere manier van kijken naar onze werkelijkheid voorhouden. Speels en wel zodanig, dat we erdoor in beweging worden gezet. Dat we naar aanleiding van het verhaal ons anders tot de werkelijkheid gaan verhouden en “last but not least” ons gedrag veranderen overeenkomstig ons inzicht.

De Bijbel staat vol met dergelijke verhalen en als je die leest alsof er een journalist verslag heeft uitgebracht, dan sla je de plank helemaal mis en ga je voorbij aan de bedoeling.

Want ook hier weer, aan de hand van een dagelijkse scène, probeert Jezus (evenals de rabbijnen dat vaak deden) ons de ogen te openen voor iets wezenlijks. Net zoals het verhaal dat aan onze tekst voorafgaat, waar “de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan” boven staat, zou het daarom duidelijker zijn geweest als boven Lucas 10: 38 - 42 “de gelijkenis van Martha en Maria” had gestaan, waarmee ik vanmorgen ben begonnen. Want ook dit verhaal is een gelijkenis. In Martha, haar naam betekent “meesteres, vrouw des huizes”, kunnen we de orthodoxie van Jeruzalem herkennen. Net zoals in het verhaal van de barmhartige Samaritaan de priester en de Leviet worden genoemd. Hier gaat het opnieuw over de tempelaristocratie, zij die het voor het zeggen hadden op geloofsgebied. Over de Farizeeën en Schriftgeleerden die zichzelf hoog aansloegen en verheven voelden boven het gewone volk. Voor hen stonden Wet en traditie centraal, zij bewaarden de orde, ieder diende zich aan hun leer te houden. Maar Jezus wijst hun manier van geloven af, ook hier weer in onze tekst. Hij houdt ons Maria ten voorbeeld, zij heeft het goede deel gekozen. Maria vertegenwoordigt een andere geloofshouding. Het gaat haar niet om vastomlijnde geloofsartikelen, onwrikbare dogma’s, waarmee men elkaar om de oren kan slaan. Haar houding is er één van openheid, ontvankelijkheid en meer vrijheid. Haar naam “Maria” is niet bij toeval gekozen. Zij is, zoals de ons bekende Maria uit het kerstverhaal, bij het schitterende verhaal over het bezoek van de engel Gabriël bij de aankondiging van Jezus’ geboorte. Zij wil zich openstellen zodat het goddelijke in haar kan groeien. Over Maria lezen we ieder jaar weer in de adventsweken vlak voor kerstmis. Zodat we wakker worden geschud om ons de oproep, dat God ook in ons geboren wil worden, te her-inneren, weer te binnen brengen.

Dat we ons hart voor Hem moeten openen. Daar gaat dat prachtige geboorteverhaal van Jezus over. En ingebed in de liturgie van het kerkelijk jaar blijft die oproep steeds terugkeren totdat wij allen haar verstaan. Gegoten in zo’n prachtig beeldend verhaal.

Het goede deel kiezen, laten we het daar nog eens even over hebben, wat is dat en wat betekent dat voor ons leven van alledag.

Het helpt misschien daarbij een korte kernachtige tekst uit een dagboekje van Anselm Grün aan te halen: “Wie het doel niet meer kent, probeert zijn innerlijke leegte op te vullen met activisme”. Activisme, dat is bezig zijn zoals Martha deed. Zoals ook wij vaak doen, wanneer we niet gefocust zijn, de kern niet helder hebben.

Wat is ons doel, waarnaar zijn wij gezamenlijk op weg, wij hier vanmorgen bijeen in deze kerk? Jezus hield ons voor: we zijn op weg naar het Koninkrijk van God. Daar draait het om, dat bepaalt ons.

Het is niet zo dat leer en traditie en het daarmee bezig zijn er niet toe doet, die moet er zijn. Maar het is een hulpstuk, de leer valt niet samen met het geloof. De leer is een middel om te praten over geloof (Marilynne Robinson: Giliad, 216). Het is het doel waar we ons mee bezig moeten houden en de leer helpt ons daarbij, maar de leer is ondergeschikt aan ons doel.

Het goede deel van Maria, haar ontvankelijkheid om in alles wat haar overkwam de spirituele boodschap te ontdekken en dat op nummer één te zetten, dat maakt dat ze een levend geloof heeft. Ze drinkt van het levende water. Het is nooit af en er komt geen eind aan.

Het is jammer dat we theologie zijn gaan zien als een wetenschap. In de wetenschap weet je waar je naar op zoek bent en kom je uiteindelijk met een vastomlijnd eindoordeel, waarvan je weet dat het klopt. In de theologie is dat ondoenlijk, immers het onderwerp van ons onderzoek is ten diepste onkenbaar, het gaat ons te boven en te buiten. En dat is nou juist de bedoeling, we zijn nooit klaar met onze vragen, er is geen gelijk en ongelijk, het blijft een open weg.

Onze levensweg, gaan met de Eeuwige, dat heeft Maria ons voorgeleefd. En wij mogen haar navolgen, luisterend, tastend, zoekend en een heel enkele keer is het, een ogenblik: “zien, soms even” (Huub Oosterhuis).

Het betekent naar binnen gaan, de stilte in, verwijlen op de plek die ieder van ons heeft. Die ons helpt ons staande te houden bij al wat ons overkomt, daar waar we ons veilig voelen en uiteindelijk geen kwetsuur of gebeurtenis ons eronder kan krijgen. De plek waar we ons van kind af aan in harmonie met onszelf en de wereld hebben gevoeld, die plek voor jezelf weer oproepen en dan luisteren, overwegen en antwoorden vinden, voor even. Om opnieuw gesterkt naar buiten te kunnen gaan om dat te doen waar alleen wij iets aan kunnen bijdragen, ieder met de gave hem of haar gegeven.

Het goede deel, daar spreekt ook psalm 15 van, zoals we die gelezen hebben in de bewerking van Henk Pietersma. Niet meelopen in het gedruis van de groep, al lijken ze allemaal nog zo overtuigd van de juistheid van hun opvattingen. Maar openstaan en vragen stellen, in stilte bij jezelf te rade gaan om tot het juiste te komen.

“In uw tent” zo staat er boven Pietersma’s bewerking van de psalm. Een tent is een tijdelijk verblijf, je zet hem ergens op en breekt hem de volgende dag weer af. Je bent op weg, steeds opnieuw, de lange, lange weg naar het koninkrijk van God.

Gezegend zijn de mensen die de Bijbelse verhalen in dat licht als een lamp voor hun voet beschouwen.

Ik trof in dit verband een mooie bewerking van psalm 1 van Werner Laubi, waarmee ik wil eindigen:

 

Gelukkig zijn zij/die de Bijbelse verhalen vertellen,

die zich verre houden van de fantasielozen,

niet gaan op de weg van saaiheid en verveling,

niet zitten in de kring van wie aan dogma’s hangen,

maar die vreugde scheppen in de verhalen van de Schrift

en ze overpeinzen bij dag en bij nacht.

Ze zijn als een boom, geplant aan waterstromen,

die vruchten geeft, op zijn tijd/ wiens lover niet verdort.

Bijna alles wat ze vertellen, is een weldaad voor de mensen.

 

Amen