1e zondag Veertigdagentijd 21 februari 2021

De zieken bezoeken

Mattheüs 25:36 ‘Ik was ziek en jullie bezochten mij’

De zieke had een kwetsbare plek in de samenleving in Israël. Mensen liepen er liever met een boog omheen. Niet zelden omdat gedacht werd dat iemand zijn ziekte wel verdiend zou hebben. Misschien dat daarom het woord voor ‘ziek’ ook wel als zwak wordt uitgelegd: je staat aan de rand, lijkt er even niet meer bij te horen. Radicaal doorbreekt Jezus dit onbarmhartige patroon in de maatschappij door op talloze zieken af te stappen. Daarmee doet Hij meer dan alleen genezen, Hij is hen ook nabij. Hij geeft de mens terug aan zichzelf en maakt van iemand aan de rand weer een mens te midden van mensen. In dat spoor kunnen we op weg. Het mooie van het woord 'bezoeken' is dat je er ook 'zoeken' in kunt lezen: opzoeken wie ziek is. Daar kunnen we wat mee, voor onszelf of als gemeente: we kijken om ons heen en zoeken op wie even niet mee kan doen.

Bij de schikking

Opzoeken wie ziek is. Elkaar niet vergeten in moeilijke tijden. Er zijn voor elkaar. In de glazen planten we vergeet-mij-nietjes (plantjes) of een ander symbolisch bloemetje. Tussen de glazen staan boomstammetjes. De vorm van het hart wordt geaccentueerd door een slinger van gedroogde lavendelbloemetjes of een ander gedroogd kruid, geurig symbool voor goede zorg. 

Tekst voor de viering

Als iemand ziek is, dan wensen we hem of haar een spoedig herstel. Dat doen we liever dan iemand echt te zien in zijn kwetsbaarheid en moeite. Iemand gezelschap houden die ziek is, hoe confronterend ook, biedt ons de kans samen te beseffen dat we allemaal kwetsbare mensen zijn, of we ziek zijn of gezond. Het maakt niet uit wie er aan de beurt is om sterk te zijn: we zijn allemaal kwetsbare mensen in Gods hand. Laten we elkaar, ook in de pandemie die ons in zijn greep houdt, nabij blijven.