Preek op zondag 13 januari over Lucas 3 en Jesaja 40 door ds. Antoinette van der Wel

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Troost, troost mijn volk. Met deze mooie woorden opent de Jesaja-lezing. Ik hoor er ook altijd de prachtige muziek van de Messiah van Händel bij. Verstillend klinkt de muziek bij het woord van troost, alsof er eindelijk weer ademruimte is, alsof na een lange duistere nacht eindelijk iemand fluistert dat er licht gloort en je kijkt op en je ziet een kleine glimp licht aan de horizon. Er is leven mogelijk, de zon gaat op, een nieuwe dag.

Het evangelie van vanmorgen zal u waarschijnlijk bekend voorkomen, want een gedeelte daarvan lazen we al in de adventstijd. Toen viel de nadruk op het optreden van Johannes de Doper. Nu verschuift de focus naar de doop van Jezus. Opvallend overigens is het, dat hier niet wordt gezegd dat Johannes Jezus doopt. Van hem wordt in het vers voorafgaande aan de doop al vermeld dat hij is gevangengezet door Herodes. Als zijn ultieme wandaad sluit deze corrupte vorst de profeet op. Alle tegenstemmen tegen zijn macabere bewind lijken daarmee gesmoord, maar niets blijkt minder waar. Alle aandacht valt in het evangelie op Jezus, die in het water ondergaat om weer op te staan. En dan is er ook die duif nog en een stem die zegt: jij bent mijn geliefde Zoon. Voor wie een beetje thuis is in de bijbel klinken er vertrouwde woorden: water, woestijn, duif, troost.

Wat heeft de doop van Jezus met troost te maken? Wat kan dat voor ons betekenen? Waar vinden we troost?

In de woestijn gaat een stem op die troost belooft. De profeet kondigt een ommekeer in het lot aan van een volk dat in ballingschap is gevoerd. Vanuit de woestijn wijst hij de weg naar Jeruzalem. Op die onherbergzame plek wordt de toekomst geboren. Nu klinkt dat misschien vreemd voor ons. We zien de woestijn immers vooral als droog en onherbergzaam en dat is het natuurlijk ook. Tegelijkertijd klinkt in veel bijbelse verhalen juist in de woestijn de belofte van verandering, van toekomst door. Blijkbaar is zo’n tijd in de woestijn nodig om op een goede manier in het nieuwe land te kunnen leven. Je kunt niet zomaar vanuit de slavernij, vanuit de ballingschap het beloofde land in. Daar zit een periode tussen. Hiermee wordt overigens ook gezegd dat gelovige mensen een leven hebben zoals iedereen, soms mooi, goed en vrolijk, soms pijnlijk, moeilijk en verdrietig. Ook een gelovige kent tijden waarin het leven pijn doet en periodes van machteloos en handenwringend in de leegte zijn.

De woestijn is de plaats waar je leert wat leven is. Waarom juist daar? Misschien wel omdat daar alle franje is weggehaald. Het leven is gefileerd tot op het bot, terug gebracht tot de kern. Er is weinig tot niets om je achter te verschuilen. Misschien ben je in de woestijn van de rouw, koud en leeg vanwege het verlies van wie je lief was. Misschien is je werkomgeving een woestijn door conflicten, onrust of onopgeloste problemen. Misschien ervaar je onherbergzaamheid omdat de dag van morgen je angst inboezemt en je je zorgen maakt om iemand die je lief is of om jezelf. Misschien weet je niet eens hoe je deze dag door moet komen omdat je mooi opgebouwde leven opeens zo kwetsbaar blijkt. Misschien was je deze week wel opeens in de woestijn door een verklaring van gelovigen die beweerden dat jij in Gods ogen de mindere bent, dat jouw liefde er niet mag zijn. Voor je het goed en wel beseft wandel je zomaar de woestijn in.

Toch is daarmee niet het laatste gezegd. Wanneer het leven kwetsbaar is en je je niet verschuilen kunt, is er vaak ook nieuwe ruimte om elkaar te zien. Om er voor elkaar te zijn, om te delen in wat moeilijk is. In de woestijn kun je leren wat echt belangrijk voor je is, wat je leven kleur geeft. Opeens is het niet meer zo interessant wat je maatschappelijke functie is, hoe je eruit ziet, wat je allemaal kan of juist niet. In de woestijn leer je er voor elkaar te zijn, leer je elkaar te zien als medemens, als naaste.

Wat is nu werkelijke troost?

Wanneer heeft u troost ervaren? Wat maakte dat de woestijn niet volstrekt onherbergzaam bleek? Wat was het dat je deed lachen toen de tranen over je wangen stroomden?

Was het een lieve herinnering aan betere tijden? Was het een spelend kind dat volledig opging in haar spel? Was het een stuk muziek? Een kunstwerk? Een knipoog? Een vriendelijk woord? Een regenboogvlag? Mensen die je vertelden dat je een geliefd kind van God bent?

Ten diepste denk ik dat troost te maken heeft met vertrouwen, vertrouwen dat de woestijn niet het laatste woord heeft. Zoals Noach - zijn naam betekent: ‘deze zal ons troosten’ - bleef vertrouwen dat hij niet overspoeld zou worden door de zee, bleef geloven dat er leven mogelijk was, dat God zijn mensen niet in de steek laat.

Troost heeft ook met verbinding te maken. Met iemand die naast je staat, die het met je uithoudt, die trouw blijft, ook als het leven zwaar is. Die geen goedkope oplossingen biedt, maar gewoon luistert, het volhoudt, je overeind houdt. Troost is geen goedkoop ‘wacht maar het komt wel goed’, maar een delen in je pijn, een nabijheid die volhoudt.

Wat heeft de doop van Jezus met troost te maken? Is het dan toch zijn bereidheid onder te gaan in het overspoelende water? Ons leven te delen ook in de woestijn, in de diepte van de dood? Jezus is geen tovenaar met een eenvoudige oplossing, geen raadgever met een rijtje tips en truckjes, maar een mens die nabij is, die blijft, ook als het water ons tot de lippen staat. Daarom was Jezus bereid gedoopt te worden. Zijn ware grootheid blijkt uit zijn bereidheid te buigen, de woestijn te doorleven tot op het bot, net zo kwetsbaar en weerloos te zijn als wij. Pas vanuit die ervaring gaat hij op weg om Messias te zijn midden onder ons.

Gemeente,

Wat is troost? Misschien wel dit, dat we aan elkaar worden toevertrouwd, ook als ons leven een woestijn lijkt. Aan elkaar toevertrouwd, niet om het voor de ander op te lossen, niet om zo snel mogelijk weg te vluchten uit onze pijn, maar om nabij te zijn en om te delen. Om voor elkaar te blijven geloven dat er leven mogelijk is in de woestijn, dat er leven mogelijk is door het water heen.

Jezus’ doop aan het begin van zijn weg mag ons troosten en bemoedigen. We geloven niet in een God die veraf naar ons kijkt, maar in een God die nabij is, die onze meest nabije naaste wil zijn, die ons leven deelt en die bereid is te delen in ons lijden.

Hoe we dat weten? We vermoeden het in signalen van nabijheid in de woestijn. We zien soms sporen van hem in wie naast ons staan als het leven zwaar is om te dragen, in wie trouw bleven toen het stil werd, in wie in alle kwetsbaarheid zich lieten raken door ons verdriet. We horen het in zachtjes fluisteren, troost, troost, mijn volk. De dag begint al te gloren aan de horizon, een glimp van licht laat zien dat de morgen niet ver meer is.

Amen.