Preek op zondag 12 augustus n.a.v. Marcus 7, 24-30 door ds. Antoinette van der Wel

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Grensoverschrijdingen: met dit woord kunnen we de lezingen van vanmorgen wel samenvatten. Het gaat hier niet alleen om het overschrijden van fysieke landsgrenzen, maar tegelijkertijd ook van allerlei andere opgetrokken afscheidingen tussen mensen. Een voorbijgaande gast wordt een huisgenoot, een vreemdelinge een voorbeeldgelovige, een vrouw krijgt het gelijk aan haar kant. Mensen in deze beide verhalen hebben de moed om vrijmoedig over grenzen heen te gaan op zoek naar een beter leven voor zichzelf of hun geliefden. Er spreekt een grote beweeglijkheid uit de teksten, een verlangen om vastgeroeste verhoudingen open te breken. Als dat gebeurt, worden mensen er beter van en blijkt het leven op te bloeien. Er wordt een kind geboren, een dochter genezen, ruimte gemaakt voor wie er niet vanzelfsprekend bij horen.

Nu heeft het woord grensoverschrijding in ons taalgebruik geen positieve klank. Als je het Googlet krijg je onmiddellijk allerlei websites die je ondersteunen bij seksueel grensoverschrijdend gedrag en pas veel verder vind je opmerkingen of je al dan niet met je huurauto over de grens mag. We denken bij grensoverschrijding aan paspoorten, aan muren en hekken, aan vluchtelingen en uiteraard ook aan de #me too discussie.

Het kan natuurlijk ook dat je een positief beeld hebt bij grensoverschrijding, als je denkt aan de vele stempels in je paspoort, die even zoveel herinneringen zijn aan de reizen die je maakte en die je op onverwachte plaatsen hebben gebracht.

Misschien is het niet het meest voor de hand liggende woord om deze lezingen te typeren, maar ik kies er bewust voor, omdat die dubbelheid van het woord ook een rol speelt in de lezingen.

Jezus is naar de omgeving van Tyrus gegaan, het huidige Libanon. Het lijkt wel of hij daar de rust zoekt die hij in zijn vertrouwde omgeving niet kan vinden. Daar wil hij tijd doorbrengen met zijn leerlingen. Misschien wil hij wel afstand nemen en zich bezinnen. Hij trekt zich terug van alle mensen die een beroep op hem doen. Blijkbaar heeft ook Jezus behoefte om zich los te maken van wie aan hem trekken in hun diverse verlangens. Hij kiest er voor afstand te nemen, tot hier en niet verder, lijkt zijn vertrek te willen zeggen.

Het is een gevoel dat velen van ons zullen herkennen, want ook wij gaan in de vakantie maar wat graag een grens over om letterlijk even afstand te nemen van ons leven van alledag. We laten ons vertrouwde huis voor wat het is en zoeken een andere plek om te verblijven.

Terwijl hij daar zit ondergedoken komt een buitenlandse vrouw die een dringend beroep op hem doet voor haar dochter. Ze overschrijdt geen landgrenzen, maar wel allerlei sociale grenzen in haar roep om hulp. Het is in Jezus’ dagen echt niet vanzelfsprekend dat je als fatsoenlijke vrouw zomaar een vreemde man aanspreekt. Daarbij is deze man ook nog eens een Jood, die jou ziet als een heiden. De anonieme vrouw heeft echter lak aan de sociale conventies en stapt over alle gangbare gebruiken heen. Met een bewonderenswaardige moed lapt ze alle regels aan haar laars omdat ze hulp verlangt voor haar kind.

Ik kan het me zo voortellen dat je dat doet, want je kind, bedreigd door een demon, ziek dus, heeft hulp nodig en dan ben je tot veel, zo niet alles bereid. Dan maakt het echt niet uit wat een ander van je vindt. Zo zijn ouders ook vandaag tot het uiterste bereid als ze hulp zoeken voor hun kind. Geen muur te hoog, geen grens te moeilijk, geen angst te groot of die kan worden overwonnen in de zorg om een kind. Weet een dokter in Amerika raad? We gaan er naartoe! Als ik soms op de bootjes in de Middellandse zee de vrouwen met hun kinderen zie en me probeer voor te stellen wat ze doormaken, dan kan het niet anders dat ze die weg aandurven omdat ze geloven dat het de enige kans is om toekomst te vinden voor hun kinderen. Het maakt dat vrouwen honderden kilometers lopen met hun kind op de heup. Ergens moet er toekomst te vinden zijn.

Jezus wijst de vrouw af en zijn opmerking, over het brood voor de kinderen, snijdt door je ziel. Spreekt hij daar echt die afschuwelijke woorden: Eigen volk eerst? Tot hier en niet verder? Ik ben er niet voor jou?

De vrouw laat zich echter niet ontmoedigen. Ze gaat vindingrijk mee in zijn beeld en zet de verhoudingen recht. Natuurlijk ben ik niet gekomen om iets af te nemen van een ander, maar ik weet dat als er ruim gedeeld wordt, er voldoende kruimels vallen voor wie verlangt naar leven. Ze stelt zich niet boven de kinderen, maar ziet zichzelf als een kleine schooier die meegeniet van de vreugde van het hele huis. Daarmee lijkt ze Jezus in alle bescheidenheid te wijzen op zijn roeping. Ze dwingt hem, om het modern te zeggen, out of the box te denken, om grenzen te overschrijden. Jezus laat zich raken, laat zich omkeren en de dochter blijkt genezen.

Wat kunnen we nu eigenlijk van dit verhaal leren? Wat zegt het ons? Voor de heidense lezers van Marcus zal het verhaal ruimte hebben geboden, ook al zijn we geen joden, we horen toch bij de volgelingen van Jezus en worden als het ware opgenomen in dat volk van God.

Wat zegt het voor ons vandaag? Wat losse gedachten wil ik met u delen.

Ik koester een diepe bewondering voor de anonieme vrouw. Ze laat zich niet afwijzen door wat Jezus zegt. Hoe vaak zullen mensen haar al hebben afgewezen? Ach, vrouw, wen er maar aan, dat je dochter is wie ze is. Leer maar aanvaarden wat het leven je in de schoot werpt. Zorg je wel goed voor jezelf? Bewaak je je eigen grenzen? Misschien heb je wel veel te veel gezorgd voor dit kind en is ze daardoor geworden wie ze is? Heb je wel eens in de spiegel gekeken? Sorry, maar uw dochter past niet in ons profiel, in ons model, in onze afspraken,…

Niets kan haar tegenhouden in haar zoektocht voor dit kind. Ontroerend is haar vermogen om niet bitter te zijn. Ze blijft luisteren en rustig zoeken naar woorden die verder helpen, die helen, die genezen. Ze weigert zich buiten te laten sluiten en trekt zich niet terug in de slachtofferrol. Zo staat ze me voor ogen, een sterke vrouw, die bereid is de veiligheid van haar eigen omgeving te verlaten, die op haar voeten gaat staan en zich het zwijgen niet laat opleggen. Ze durft het aan Jezus te bevragen op zijn keuzes en neemt niets voor zoete koek aan. Om die woorden wordt ze door Jezus geprezen. Zo wordt ze ons uiteindelijk tot voorbeeld gesteld. Niet als een brave zwijgende mevrouw die alles goed vindt, maar als een mondige, moedige, helder denkende gesprekspartner, die Jezus aan zijn woord houdt.

Hoewel Jezus zich ter bezinning terug had getrokken bleek ook in het veilige buitenlandse retraiteoord de wereld binnen te dringen. Zoals in het veilige huis waar Elisa logeerde, sterker nog zijn eigen kamer kreeg, het verdriet van de kinderloosheid door de gesloten deuren sijpelde. Beide mannen van God laten zich uit hun isolement halen en raken door het verdriet van de vrouwen. Ze zien hen in de ogen, luisteren naar hun verhaal en dan gebeurt het wonder, de toekomst wordt geboren.

We kunnen hier in onze veilige huizen de grenzen nog zo dicht timmeren, ook bij ons sijpelt de pijn van de wereld binnen. We kunnen ons niet afsluiten voor de onrechtvaardigheid en de nood van de wereld. Soms heel dichtbij in de nood van wie ons lief zijn, soms wat verder weg in de zorgen van wie sociaal, religieus of economisch verder van ons af staan. Moeten we er dan maar het zwijgen toe doen? Ons omringen met een veilige burchtmuur? Of wordt de toekomst alleen geboren als we bereid zijn onze oren en harten te openen voor wie naast ons staan, voor wie onze grenzen opzoeken? Natuurlijk kunnen we alle problemen niet oplossen, maar dat neemt niet weg dat er kracht zit in het luisteren naar elkaar, in het ruimte bieden, in begaan zijn met de ander.

De lezingen nodigen ons uit ‘out of the box’ te denken. Kunnen we leren van het grensoverschrijdend gedrag in de lezingen? Durven we onze eigen veilige grenzen achter ons te laten? Muren die ons van elkaar scheidden neer te halen, kwetsbaar te zijn? Uit onze comfortzone te stappen om de ander te ontmoeten? Ons brood te breken en samen de kruimels te delen? Durven we buiten onze vaste kaders te denken, te spreken, te ontmoeten, grensoverschrijdend te zijn? Of toch liever niet?