Preek van ds. Antoinette van der Wel op zondag 18 februari

Preek n.a.v. Marcus 1 

Wat een ongelofelijke vaart zit er in het Marcus evangelie. Het is als lezer en hoorder amper bij te benen. Jezus is nog maar net door Johannes gedoopt, er heeft een stem geklonken die hem bevestigde als geliefde Zoon en onmiddellijk daarna wordt hij de woestijn ingedreven.

Wat een bizarre overgang. Marcus schetst ons deze Jezus uit Galilea als de verwachte Messias, en we staan nog maar net te juichen aan de zijlijn of hij verdwijnt voor ons uit in de woestijn.

De lezing van vanmorgen is de traditionele lezing voor het begin van de 40-dagen tijd. We horen hoe Jezus in de woestijn 40 dagen op de proef wordt gesteld. Alsof hij daar wordt voorbereid op de weg die voor hem ligt. De andere evangelisten vertellen het wat uitgebreider, maar Marcus zegt het in een aantal bijna achteloze tussenzinnetjes.

De woestijn is in de bijbel niet alleen een barre en schrale plek, maar ook een plaats waar mensen leren wat leven is, hoe ze als kind van God kunnen leven. Jezus is een kind van zijn volk, dat 40 jaar lang, een mensenleven, moest leren in de woestijn wat het betekent om vrij te zijn. Het volk, bevrijd uit Egypte, had de leerschool van de woestijn nodig om het voor te bereiden op het beloofde land. Daar ervaar je wat ontbering is en hoe er leven mogelijk blijkt ook als het schraal is. Zo is Jezus fundamenteel verbonden met zijn volk. Pas na de woestijn kan hij zijn weg gaan.

Ik weet niet welk beeld u bij de woestijn hebt. Marcus beschrijft het als de plek waar wilde dieren je bedreigen en Satan je op de proef stelt.

Ik vermoed dat een ieder van ons periodes kent of heeft gekend waar je wilde dieren, leeuwen en beren op je weg vond. Tijden waarin het leven niet meer vanzelfsprekend was en je je angstig afvroeg hoe het verder moest. Misschien was voor u zo’n moment toen je eigen gezondheid of de gezondheid van wie je lief is, kwetsbaar bleek. Misschien ziet u die woestijn wel om u heen in een samenleving die lijkt te verharden en in een maatschappelijk debat dat in oneliners mensen wegzet of in een kerk die krimpt. Misschien ervaar je de woestijn elke ochtend, als je opstaat om naar je werk te gaan en je het gevoel hebt dat je niet kunt voldoen aan de torenhoge verwachtingen. Een kantoor bevolkt met leeuwen en beren die op jouw bloed uit zijn? Een schoolklas vol met jongeren die veel populairder zijn dan jij en die je onzeker en angstig maken. Dromen die niet uitkwamen, teleurstellingen die je leven bepaalden. Reële en irreële angsten die je keel dichtknijpen. Leeuwen en beren kunnen er voor een ieder van ons verschillend uitzien, maar het maakt dat je kwetsbaar bent en de dag met angst en beven tegemoet gaat.

Vervolgens horen we in een kort zinnetje over Satan die Jezus op de proef stelt. Marcus maakt er maar weinig woorden aan vuil. De andere evangelisten stellen de beproevingen beeldend voor, maar Marcus kiest daar niet voor en dat waardeer ik zeer in hem. Blijkbaar wil hij het kwaad niet al te veel aandacht geven! Het kwaad moet je niet in de schijnwerpers zetten. Je hoeft het niet te ontkennen, maar blijkbaar heeft het niet al te veel macht over ons en moet je die chaosmaker van een satan niet meer eer geven dan hem toekomt.

Zou het zo zijn, dat het kwaad al vanaf het begin geen macht meer over ons heeft? Zoals God bij Noach zijn boog in de wolken stelt. Om zichzelf en ons eraan te herinneren dat hij niet zal toestaan dat we verloren gaan. Het kwaad, persoonlijk voorgesteld in satan, heeft geen recht meer over ons te heersen. Het is er wel, het raakt ons nog, maar het heeft eigenlijk al afgedaan. Nooit zal ik de mens verloren laten gaan, zegt God in zijn verbond met Noach.

Misschien moeten we daarom maar niet te veel aandacht aan het kwaad schenken.

Heel even dan, aandacht voor die tegenvoeter, zodat we hem in het vervolg beter kunnen negeren. Wie is die satan, die Jezus in de woestijn probeert te verleiden zijn wil te doen? Ik zie het als de kracht die je weg wil houden bij je bestemming, die je leven overhoop gooit. Word je uitgedaagd je groter of anders voor te doen dan je bent? Nodigt hij je uit als het moeilijk is te vluchten in allerlei verdovingsmiddelen? Nog weer een nieuwe ervaring, bakken geld, een nieuwe partner, alcohol, drugs, noem maar op! Er zijn meer dan voldoende afleidingsmogelijkheden om ons heen, die onze pijn in ieder geval een poosje kunnen verdoven en ze worden ons verleidelijk voorgehouden. Maar helpt het als het leven pijn doet?

In de woestijn komt Jezus dichter bij de kern van zijn opdracht. Ook al lijken wilde dieren en het kwaad hem te bedreigen, hij blijft trouw aan wie hem zond. In een klein zinnetje gunt Marcus ons nog een inkijkje: engelen zorgden voor hem. Het herinnert ons aan psalm 91, de psalm die we ook zongen aan het begin van de dienst:

Engelen zendt hij alle dagen

om jou tot vaste gids te zijn,

zij zullen je op handen dragen

door een woestijn van hoop en pijn.

De woestijn is niet alleen barre en schrale leegte, maar ook een plek waar engelen zijn, die je dienen. In elke woestijn blijken oases te zijn, plekken waar water is en rust en ruimte. In de stilte van de woestijn laat God zich vinden, blijkt hij nabij te zijn. Wanneer zekerheden afbrokkelen en de leegte zich lijkt te openen, klinkt ook daar de stem van God die ons opzoekt. Het kan zomaar een plek worden waar je je angsten onder ogen leert zien en te vertrouwen dat je niet te breken bent. Het kan een plaats zijn waar je weer terug komt bij de kern van dit leven. Ik ben een kind van God en hij zal me dragen.

 

Gemeente,

We kunnen soms zo bang zijn voor het kwaad en voor de leegte en de stilte, voor de woestijn, dat we al onze krachten bundelen om die leegte te beteugelen of te vullen. We overschreeuwen onszelf uit angst de stilte te moeten toelaten. Maar zou het mogelijk zijn dat in de woestijn God tot spreken komt? Zou het kunnen dat juist in die periodes waarin ons leven van allerlei franjes is ontdaan, we nieuwe ruimte krijgen voor de Eeuwige? Zoals de krimp van de kerk met allerlei middelen bestreden kan worden, maar we misschien beter onze blikrichting kunnen veranderen. Wat wil God ons hiermee duidelijk maken? Wanneer ons leven niet meer vanzelfsprekend is, kunnen we dan iets van de Eeuwige ontdekken in deze leegte?

Wat als we nu eens anders naar de woestijn kijken, als we ons realiseren dat vanuit de woestijn de toekomst baan breekt. Zoals Jezus in Galilea gaat spreken, na de woestijn, en zegt: het koninkrijk is aangebroken. Soms lijkt dat een loze kreet van eeuwen her. Want we zien niet zo veel van dat koninkrijk. Of moeten we misschien stil worden en onze blik anders richten. Ervaren dat te midden van het gewone leven God ons tegemoet komt en ons engelen zendt om ons te dienen, dat, als je het zien wil, de woestijn bloeit.

Waar zijn engelen aan het werk in onze woestijn? Waar ervaren we de balsem van de diaconie, van het dienen? Waar krijgen we nieuwe kracht om te blijven vasthouden dat Gods koninkrijk nabij is? Als het leven bar en schraal is, als we niet worden afgeleid door van alles en nog wat, zou het zo maar kunnen dat we de engelen zien die ons dienen. Misschien zien we wel waar het om gaat als we terug keren tot de stilte, de plaats waar God zich als een zacht suizen laat kennen.

Jezus gaat ons voor door de woestijn en de wilde dieren en het kwaad hebben geen macht over hem. Zo gaat hij ons voor deze 40 dagen als we toeleven naar het paasfeest. Ook al lijken alle wegen te zijn doodgelopen, in de stilte horen we de stem die ons tevoorschijn roept en ons verzekert dat uiteindelijk het laatste woord is aan het licht, aan het leven, aan het koninkrijk.

Daarom gaan we zonder angst de woestijn in, want nergens zijn we van God verlaten. Over ons leven staat de boog van zijn trouw, een trouw die sterker is dan ons ongeloof en onze angst, een trouw die ons draagt, die ons vasthoudt als we met lege handen staan. Het koninkrijk van God is nabij. De woorden klinken in Galilea, het gebied van de heidenen en soms zomaar midden in onze eigen woestijn. Dan zien we licht in de nacht, ervaren we leven te midden van dood, staan we op en gaan we op weg, vol vertrouwen dat engelen ons zullen dragen, dat we voor elkaar engelen kunnen zijn.

Amen.