Preek op zondag 25 februari van ds. Regina Davelaar

1 Kon 19:1-14 ; Mar 9:2-10

Thema: Ik praat met je.

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Op deze tweede zondag van de veertigdagentijd staat traditiegetrouw de verheerlijking op de berg op het leesrooster. En de lezing uit het oude testament gaat dan het ene jaar over Mozes en het andere jaar over Elia. Die twee belangrijke personen, die bij de verheerlijking op de berg ineens verschijnen aan Jezus en zijn drie discipelen. Dit jaar is het de beurt aan de profeet Elia en op hem zullen we daarom vanochtend extra inzoomen.

Elia zit in de problemen. Hij heeft alle profeten van de afgoden laten omkomen. En als koningin Izebel daarvan hoort is ze woedend. Ze beveelt nu Elia om te laten brengen. Elia is bang en vlucht om zijn leven te redden. Hij trekt de woestijn in, laat zelfs zijn knecht achter zich, reist alleen verder en gaat onder een bremstruik zitten, verlangt naar de dood. Het is genoeg geweest Heer zegt hij.

Elia is er even helemaal klaar mee. En eerlijk gezegd snap ik dat wel. Als profeet moest hij telkens opnieuw de mensen waarschuwen voor Gods oordeel. Hij moest hen aansporen om op een andere manier te gaan geloven, te gaan leven zelfs. Daar zaten de mensen niet op te wachten. Nee, Elia zal daar geen geliefd mens van zijn geworden. En alsof dat allemaal nog niet erg genoeg is, hebben ze het nu ook nog eens op zijn leven gemunt

Daar zit Elia. Zijn stinkende best gedaan voor God. Stank voor dank. Ze moeten Elia niet. Nou, Elia moet hen ook niet meer. Ze kunnen hem gestolen worden. Het leven kan hem gestolen worden Maar God vindt het nog niet genoeg geweest. Hij zorgt voor eten en drinken. Tot tweemaal toe zelfs. Elia krijgt de tijd om uit te rusten, maar moet dan ook weer verder. Verder de woestijn in, veertig dagen en veertig nachten tot hij bij de berg Horeb aankomt.

Veertig dagen en veertig nachten in de woestijn. Dat getal veertig, dat staat er natuurlijk niet voor niets. Het getal komt op verschillende plaatsen in de Bijbel voor: de ark van Noach dobberde veertig dagen voordat het vaste grond vond. Israël leefde veertig jaar in de woestijn. En vorige week hoorden we dat Jezus veertig dagen de woestijn werd ingestuurd om daar door Satan te worden verleid.

 

Dat getal veertig heeft, als je dit zo hoort, dus niet een erg positieve lading. Het gaat over momenten van overstroming of juist extreme droogte, het gaat over momenten van verzoeking en verleiding, het gaat over momenten van lijden tot de dood toe.

 

En ook wij bevinden ons middenin die veertig dagen en nachten, in de veertigdagentijd. Een tijd van vasten, van inkeer, van lijden en verleiding. Het is een tijd waarin we nadenken wat wij liever achter ons zouden willen laten en waar we ons op willen richten in ons leven.

 

Misschien heb je daar helemaal niks voor hoeven doen. Je bent als vanzelf in een moeilijke tijd aangekomen. Misschien herken je wel iets van die woorden van Elia: Het is genoeg geweest, Heer. Misschien herken je zelfs wel dat verlangen naar de dood Want ja, het leven kan aanvoelen als een dorre, droge, of juist overstroomde, verrekte eenzame plek. Een plek waar God verborgen blijft, onzichtbaar, een God verlaten woestijn. Niet voor niets wordt de veertigdagentijd ook wel de lijdenstijd genoemd. En niet voor niets denken we in deze tijd aan de lijdensweg die Jezus Christus is gegaan. Hij kent de moeiten van het leven, hij weet hoe het is als iedereen om je heen wegvalt en uiteindelijk ook God zelf zwijgt

Maar het kan ook zijn dat je hier niets van herkent. Je ervaart het leven helemaal niet als een dorre, droge, eenzame plek, als een lijdensweg. Het leven geeft je juist vreugde, je bent druk met leuke dingen die je energie geven. Je rent van hot naar her en hebt misschien wel helemaal geen tijd om te reflecteren op je leven of te ervaren dat God zwijgt.

Maar juist ook dan kan het zinvol zijn om in deze veertigdagentijd die woestijn bewust op te zoeken, om te vasten, om de eenzaamheid te zoeken, om na te denken wat je eigenlijk liever achter je zouden willen laten en waar je je nu op wilt focussen, op wilt richten in dit leven. Want het is niet alleen veertigdagentijd en lijdenstijd, maar ook de stille tijd voor Pasen.

Ja het is iedereen aan te raden om zo nu en dan bewust dingen te laten, de spreekwoordelijke woestijn in te trekken, én een berg te gaan beklimmen

 

Op Facebook heb ik van de week een filmpje geplaatst van een voorganger in Ethiopië die elke dag 250 meter de berg op klimt (waarvan een stuk ijzingwekkend stijl is kijk maar eens naar deze fotos) om uit te komen bij de kerk. Het is een klim voor de ervaren bergbeklimmer en deze man doet dat elke dag. Waarom? Hij zegt: Ik hou ervan omdat het stil is, er zijn geen mensen om tegen te praten. Dan praat je met God en deel je je geheimen met hem.[1]

Deze voorganger in Ethiopië heeft dit bergbeklimmen niet van een vreemde. Ook in de Bijbel lees je regelmatig van mensen die de berg op gaan om met God te praten, of sterker nog om God met hen te laten praten, om naar God te luisteren. Deze voorganger volgt het goede voorbeeld van Jezus, die samen met Petrus, Jakobus en Johannes de berg beklimt. Ze gaan zo ver omhoog tot ze helemaal alleen zijn. En daar gebeurt een godswonder. Jezus verandert in een helder witte verschijning en ineens zijn ook Elia en Mozes, die al lang dood waren, boven op de berg aanwezig. En alsof dat allemaal nog niet bijzonder genoeg is, klinkt er een stem uit de hemel, God praat met hen: Dit is mijn geliefde zoon, luister naar Hem.

Eigenlijk heeft Elia een soortgelijke ervaring. Na die veertig dagen en nachten in de woestijn, eenzaam en alleen, komt hij aan bij de berg Horeb. En ook bij hem gebeurt juist op die plek, juist in die eenzaamheid, juist boven op de berg, een godswonder. Een windvlaag of storm staat er in een andere vertaling, een aardbeving, vuur, alle elementen van de natuur komen langs, maar God is niet in dat natuurgeweld, Hij bevindt zich niet in het spektakel. Er klinkt een zachte bries en in die stilte IS God.

Blijkbaar moet je een berg beklimmen om met God te kunnen praten. Blijkbaar moet je de eenzaamheid zoeken om Gods stem te kunnen verstaan...

Misschien bent u niet zon held in het beklimmen van bergen. Als je hoogtevrees hebt, is het ook niet aan te raden En ik zal u geruststellen, ik denk ook niet dat God alleen tot ons praat als we boven op een berg staan. Maar het zegt wel iets, dat zowel Jezus als Elia in de verhalen van vanochtend de berg beklimmen - blijkbaar is er inspanning voor nodig. En de eenzaamheid opzoeken en de eenzaamheid opzoeken, dat kan je ook op een andere manier.

 

Ik vroeg aan de kinderen of je Gods stem hoort als je Hem belt met een telefoon. Niemand heeft dat ooit meegemaakt. En misschien is het ook eerder andersom, horen we Gods stem juist als we de telefoon weg doen, als we de stilte zoeken. Dat valt niet mee. We zijn in deze tijd natuurlijk heel goed in praten, in honderden prikkels tegelijk via verschillende digitale schermen. We zijn actief in allerlei verschillende clubs en verenigingen en groepen vrienden en familie.

Maar wat als je met God wilt praten? Gods stem wilt horen? Hij reageert niet op onze appjes en telefoontjes... Hij reageert niet of vaak niet op onze indringende gebeden, op onze vragen en problemen.

God praat in de stilte, in de eenzaamheid, in momenten van droogte en dorheid, als alle woorden verstommen.

Daniel van Santvoort, abt van trappisten Caldey Island zegt: Stilte is wezenlijk voor het verstaan van het leven zelf. Ik ben huiverig voor woorden. Laat het leven toch gewoon ademen, houd je mond nou eens dicht, laat het leven zíjn. Het woord tegenwoordig heeft voor mij een andere betekenis gekregen: soms gaat het leven tegen alle woorden in, heeft het geen woorden nodig, overstijgt het alle woorden. Dan zwijg ik.[2]

De teksten van vanochtend roepen ons op om te zoeken naar een plek waar je alleen bent, waar het écht stil is. Waar het stil kan worden in jezelf. Daar kunnen we Gods verborgen omgang vinden, zoals we zongen in Psalm 25.

Zullen we niet eens wat meer moeten zwijgen? Niet praten. Niet de stilte vullen met muziek of woorden. Maar de stilte laten spreken. Zoals Elia op de berg Horeb. Want in de stilte, in het niet horen, daar is God.

Tijdens het voorbereiden van deze dienst kwam ik een lied tegen, te moeilijk om zonder cantorij te zingen, maar te mooi om achterwege te laten. Daarom lees ik de tekst, geschreven door Willem Barnard, aan je voor:

 

Elia, een lied

 

Gij gaat voorbij. Een grote ademtocht,
alles wat vastomlijnd leek staat te beven –
In de emotie heb ik U gezocht,
Gij waart er niet. Niets dan mijn eigen leven.

En de ontreddering ging voor U uit,
het vuur als Uw heraut vooruitgezonden –
Ik bleef alleen in mijn eenzelvigheid,
tot niemand onzer komt Gij onomwonden.

En dan, als niets meer spreekt, alles blijft stom,
achter een sluier soms, uit een stil midden
is er een stem. Gij spreekt, maar andersom:
als ik niets hoor, als ik niets weet te bidden.[3]

Amen

 

[1] https://dag6.nl/nieuws/ba50997a-00ca-4f18-abf1-0c969a244500/dagelijks-250-meter-klimmen-naar-je-kerk-deze-dominee-doet-het

[2] Mirjam Vegt, Koester je hart 40 stiltetips voor je leven, p. 7

[3] Willem Barnard, p.1416 Liedboek