Preek op zondag 20 januari 2019 over Ester 2 door Ds. Antoinette van der Wel

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Dit jaar geen bruiloft te Kana op deze zondag in januari, maar aandacht voor een klein bijbelboek, waarin de naam van God niet voorkomt. We lezen met de kinderen mee uit Ester. U ziet haar hier, geschilderd door Marc Chagall. Een prachtig, geestig verhaal waarin de wereld op zijn kop wordt gezet. Een verhaal dat je misschien een satire zou kunnen noemen, omdat niet alleen de gewone verhoudingen ondersteboven gaan, maar er ook met een kritische knipoog wordt gekeken naar hoe het eraan toe lijkt te gaan in de wereld van mensen die het voor het zeggen hebben. Zo is het boekje een aanmoediging om het verschil te maken en je niet te snel van je stuk te laten brengen voor wat er om je heen gebeurt. Je hebt wel degelijk invloed, ook al lijk je onzichtbaar.

Ester is één van de feestrollen. Het wordt in de synagoge jaarlijks voorgelezen op het poerimfeest. Het feest dat nog het meest lijkt op ons carnaval. Mensen verkleden zich en geven elkaar cadeautjes. Het is een hilarisch, luidruchtig en vrolijk feest, dat zijn oorsprong zou vinden in het verhaal van Ester. Er wordt beweerd dat er zoveel gedronken mag worden dat je geen onderscheid meer kunt maken tussen: vervloekt zij Haman en gezegend zij Mordechai.

De Perzische koning Ahasveros, waar overigens niets van terug te vinden is in de geschiedenisboeken, houdt wel van een feestje. In het hele boek Ester komen tien uitbundige feesten voor. De drank vloeit overvloedig, dus toch een beetje bruiloft te Kana, en de rijkdom en decadentie spat eraf! Als klap op de vuurpijl wil de koning nog wat opscheppen met zijn bloedmooie vrouw. Maar Wasti blijkt stoer en zelfstandig en weigert te komen. Niet Wasti staat in haar blootje te kijk, maar de koning staat door haar weigering in zijn hemd. De omstanders weten niet hoe snel ze haar de deur uit moeten werken. Want de opstand van de koningin zou zo maar eens over kunnen slaan naar de andere vrouwen in het rijk en op dat soort oproerkraaiers zit je niet te wachten. Voor je het weet heb je toestanden in je eigen huis, omdat vrouwen hun plek niet meer weten. Wasti af door de zijdeur, de koning in zak en as.

Dan begint ons verhaal van vandaag. Er wordt een miss Universe-wedstrijd uitgeschreven, in de zoektocht naar een nieuwe vrouw. Geweldig dat een dergelijk verhaal in de bijbel staat. Je ziet het al voor je, hoe de eunuchen in de weer zijn met potjes zalf en massages om de meisjes op hun mooist te presenteren. Een van die meisjes is het weesmeisje Hadassa, die opgevoed wordt door Mordechai. De naam Hadassa herinnert aan heerlijk geurende mirre en aan Hooglied, in haar naam wordt duidelijk dat ze beeldschoon en geliefd is. Voor de perzen draagt ze de naam Ester, ster, een verwijzing naar de godin Istera. In het Hebreeuws klinkt de naam Ester echter als ’ik die verborgen ben’. Juist die verborgenheid zal uiteindelijk belangrijk zijn in het redden van haar volk, maar dan zijn we al een heel stuk verder in het verhaal.

Zie hier de hoofdrolspelers:

Ahasveros is een machtige maar zwakke koning, die zich voortdurend laat gezeggen door zijn dienaren en in decadente rijkdom zwelgt.

Mordechai, de joodse banneling, ooit weggevoerd vanuit Jeruzalem blijkt nu in de poort van de stad te zijn. Wat heeft hij meegemaakt onderweg? Hoeveel heeft hij verloren? Wat is zijn plek hier in het rijk? In ieder geval is hij met hart en ziel verbonden aan Ester, getuige de trouw waarmee hij haar opzoekt.

En dan Ester, de zwijgende naamgeefster van dit bijbelboek. Een wees die koningin wordt, het lijkt wel Assepoester. De droom van elke vrouw? Of misschien toch niet?

Esters verhaal staat haaks op onze normen en waarden. De ongelofelijke holle decadentie! Een harem vol met vrouwen, die zwijgend hun lot dragen, dat willen we toch niet meer? Hoewel? Hoeveel vrouwen moeten hun lichaam verkopen voor een stuk brood? Hoeveel Filipijnse vrouwen laten hun gezin achter om in het westen te werken en zo het broodnodige geld verdienen voor de opleiding van hun kinderen? En zoiets als een trophywife? Die zien we regelmatig op TV. Mooi opgemaakt en zwijgend in hun designerjurk. Hoeveel vrijheid heb je als je een minderheid bent, of de vrouw van een machtig man, die het niet toestaat dat je buiten zijn schaduw leeft?

Waar is God in het verhaal? Hij wordt nergens genoemd. Zijn naam is verzwegen. Bijna net zo stil als Ester, die bij de koning wordt gebracht. Hij krijgt haar lief. Maar Ester? Hoe zit het met haar? Is er voor haar reden tot feest?

Tot nu toe lijkt het verhaal vooral een beschrijving van hoe kwetsbare mensen schijnbaar achteloos ingezet worden door wie het voor het zeggen hebben. Voor je het weet word je aan de kant gezet en vervangen door een ander. In het verhaal lijkt het alsof onze wereld wordt geregeerd door de luimen van een decadente vorst en zijn schare hulpjes. Een gevoel dat ons misschien ook wel eens bekruipt als we horen over de grote vragen van onze tijd. Wat kan ik er aan doen? Maakt het wat uit als ik probeer zorgvuldig te leven? Kan ik het verschil maken? Het verhaal van Ester mag ons uitdagen niet te klein te denken over onze mogelijkheden. Waar het nu nog lijkt alsof alles bij het oude blijft, broeit er onder de oppervlakte leven. Met de verkiezing van Ester is een proces in gang gezet waarin zij uiteindelijk de hoofdrolspeler van het verhaal zal worden en het zwijgen zal doorbreken, maar zo ver zijn we nog niet.

Deze satirische feestrol is een uitdagende tekst om verder te kijken naar ons eigen leven. God wordt niet genoemd. Maar betekent dat dan dat hij er ook niet is? Dat hij afwezig is in deze wereld? Esters naam betekent: ik die verborgen ben. Daarin lijkt ze een weerspiegeling van de Eeuwige te zijn. Ik die verborgen ben. Dat is overigens iets heel anders dan: ik die afwezig ben!

De Eeuwige is verborgen in onze wereld, niet afwezig. Een signaal zien we al hier bij het openingsverhaal van Ester. De zwijgende Ester is degene die wordt liefgehad, het weesmeisje gaat een rol van betekenis spelen. En in de burcht van Susa, die decadente feeststad, woont ook Mordechai, die afstamt van Saul. Heeft hij Ester de verhalen vertelt? Over Jozef die aan het hof van Farao zijn weg vindt en zijn broers kan redden van de hongerdood? De verhalen van de kleine Mozes verborgen in het paleis van Farao, zodat hij op kan staan om zijn volk naar de bevrijding te leiden? Heeft Mordechai haar zo voorbereid op haar rol als verborgen redder van haar volk?

God laat zich niet zomaar zien, maar in het grote verhaal van de machtige koning van Perzië, met al zijn feesten, met al zijn bezit, wordt onze blik gericht op een pleegvader en zijn pleegdochter. Nu zijn ze nog verborgen in het verhaal, worden ze meegenomen in de waanzin van de dag. Maar ergens zitten in die decadente burcht, in dat geweldige paleis, twee mensen die weten van Gods aandacht voor de weduwe en de wees, van Gods voorliefde voor de kleine mens. Ze weten van wijn die het hart werkelijk verheugt en niet is bedoeld om te verdoven en te vergeten. Ze weten hoe de wijn van het koninkrijk smaakt. Reken maar dat ze dit verhaal op zijn kop gaan zetten. Ahasveros en de zijnen zullen nog vreemd opkijken als ze zich realiseren wie ze met dat mooie weesmeisje in huis hebben gehaald!

God laat zich niet zomaar zien, maar voor wie goed kijkt blijkt hij niet afwezig te zijn. Misschien wel in het meisje dat zich verborgen noemt. Ik las deze week een gedicht van Remco Campert: Iemand stelt de vraag.

Ik hoor Ester opeens spreken en de stilte openbreken. Ik eindig met twee stukjes uit dat gedicht dat me zo deed denken aan die verborgen schoonheid.


 

 

 

 

Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden

zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in z´n kop krijgt

zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud

zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die de sigaret aansteekt

zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen.

 

….


iemand droomt niet meer
iemand richt zich op
iemand is voor altijd wakker
iemand stelt de vraag
iemand verzet zich

en dan nog iemand
en nog iemand
en nog.[1]

 

[1]Remco Campert, uit Betere tijden, Amsterdam 1970