Preek n.a.v. Marcus 10, 1-16 op zondag 7 oktober 2018 door ds. Antoinette van der Wel

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Een op de drie huwelijken eindigt in een echtscheiding. In de komende decennia zullen er steeds meer eenpersoonshuishoudens komen in Nederland. Kinderen groeien niet meer allemaal op bij hun biologische ouders, we kennen patchworkgezinnen, donorouders, bonusmoeders en vaders, stiefouders, halfzusjes, noem maar op. We lezen vanmorgen een debat over het huwelijk, over gebrokenheid en hoe het met de kinderen moet. Voordat de helft van u onderuit zakt, onder het motto, dit gaat niet over mij, want ik ben single, of gelukkig getrouwd, of al gescheiden, of uw partner is overleden, of …toch het verzoek om nog even te blijven luisteren wat deze 2000 jaar oude tekst zegt over u en mij en over menselijke relaties. Want eerlijk is eerlijk, er moet eerst een behoorlijke vertaalslag worden gemaakt voordat we iets zinnigs over deze woorden van Jezus voor ons vandaag kunnen zeggen. Het huwelijk toen en nu verschilt nogal van elkaar. De emancipatie van vrouwen en enig voortschrijdend inzicht over zaken als homoseksualiteit betekenen, dat we er anders tegen aan kijken dan toen. Je kunt de tekst niet zomaar op onze werkelijkheid leggen. Ik daag u uit toch een poging te wagen om te kijken of die tekst iets te melden heeft, ook al lijkt het misschien in eerste instantie niet over u te gaan.

Ik vertel eerst iets over de gewoonten in Jezus’ tijd. Vervolgens probeer ik scherp te krijgen wat Jezus eigenlijk bedoelt te zeggen. Ik maak een klein uitstapje vanwege Israëlzondag en probeer tot slot te kijken wat deze tekst voor ons vandaag zou kunnen betekenen.

Het gedeelte dat we gelezen hebben is een debat over de praktijk van het verstoten van de vrouw. Let op, alleen de vrouw kan in de bijbelse tijd verstoten worden. Blijkbaar waren er ook in Jezus’ dagen relaties die moeizaam verliepen. Er is niets nieuws onder de zon, we leven niet in een paradijs. Om die reden was er een gebruik dat een man zijn vrouw een scheidingsbrief kon geven en daarmee werd hun relatie als beëindigd beschouwd. Over die brief was eigenlijk geen debat, zo was het geregeld. Het debat tussen wijze mannen spitste zich echter toe op de reden waarom je een vrouw mocht verstoten. Ik las ergens dat die redenen uiteen konden lopen van een slechte kok zijn tot overspel en alles daar tussen in. De farizeeën dagen vervolgens Jezus uit hier zijn zegje over te doen. In de bijbelse tijd hebben mannen het voor het zeggen en vrouwen blijken altijd het bezit van een man te zijn. Eerst van je vader, dan van je echtgenoot en eventueel later van je zoon. Een vrouw mocht haar man niet verstoten, ze bleef vastzitten in een relatie als haar man haar niet liet gaan.

Het eerste wat opvalt in de lezing is, dat Jezus niet meegaat in het debat over redenen tot verstoting. Hij kiest heel anders en grijpt terug op het scheppingsverhaal. Hij wil het hebben over hoe de mens is bedoeld. Hij spreekt over hoe God ons tot leven riep, mannelijk en vrouwelijk, gericht op de ander. Van meet af aan zijn we geschapen als medemens, als naaste, als mens onder de mensen. Opvallend is de gelijkwaardigheid die hij aangeeft. Hij spreekt over de mens, niet over man en vrouw apart.

Daarom is deze lezing uiteindelijk voor ons allemaal bedoeld, want we worden als het ware weer teruggeroepen naar ons diepste mens-zijn. We zijn bedoeld als medemens. 

Wat houdt dat nu in? Dat medemens zijn gaat uiteraard veel verder dan alleen het huwelijk. Het gaat er om dat je als mens pas tot je recht komt als je medemens bent, als je de ander zoekt, als een tegenover, als een aanvulling op wie jij bent, als een mens om van te houden. Kan dat alleen in een traditioneel huwelijk? Of alleen in tweetallen? Ik mag toch hopen van niet. Mensen hebben mensen nodig, in vriendschap, als buren, als kennissen en in liefdesrelaties. Laten we dat maar niet beperken tot huwelijken, want dan is de medemenselijkheid wel heel schraal geworden! Adam, wat gewoon mens betekent, is eenzaam, want deze mens vindt niemand die een tegenover is. Geen hulpje, geen ondergeschikte, maar iemand die hem/haar in de ogen kan zien. Hiermee komen we bij het hart van Jezus’ woorden. Mensen horen bij elkaar, want alleen dan kun je elkaars leven kleur geven, het beste in elkaar naar boven halen, elkaar liefhebben, gewoon om wie we zijn. Deze liefde reikt veel verder dan romantische liefde en het burgerlijk huwelijk. Het gaat hier niet zozeer om vlinders in je buik, maar om mensen die voor elkaar kiezen, voor elkaar willen instaan. Het is daar te vinden waar mensen bereid zijn antwoord te geven op de vraag die in het begin aan ons werd gesteld: waar is je broer, waar is je zus, waar is je naaste? Jezus vraagt niet naar de reden om iemand weg te sturen, maar nodigt ons uit te kijken waar we elkaar kunnen ontmoeten, waar we elkaar kunnen verrijken.

Nog een ding waar we oor voor moeten hebben in de tekst. Jezus is in dit gedeelte van Marcus op weg naar Jeruzalem, de stad van vrede. De stad die altijd wordt beschouwd in de bijbel als de bruid van de Eeuwige. Maar Jeruzalem zal haar bruidegom niet herkennen. Hier wordt niet de bruid verstoten, maar de bruidegom.

Ik maak even een klein uitstapje. Vandaag is het Israëlzondag. Een zondag waarin we als PKN-kerk blijk geven van onze verbondenheid met Israël. Een ieder die in de afgelopen weken de kerkelijke berichtgeving wat heeft gevolgd, zal hebben gezien dat die verbondenheid niet eenvoudig is. Moeten we aan de basis van ons kerk-zijn zeggen dat we verbonden zijn met Israël? Ik denk van wel. We hebben als kerk het geloof niet uitgevonden. We volgen immers een joodse Rabbi. Hij leerde ons in levende lijve dat de Eeuwige zijn bruid Jeruzalem nooit zal verstoten. Dat laatste betekent niet dat we kritiekloos moeten staan tegenover de politieke staat Israël en de stad Jeruzalem, alsof we God daarin eenvoudig zouden kunnen aanwijzen. We mogen en moeten van ons laten horen als daar medemensen worden weggezet als tweederangs burgers. De stad van vrede waarvan de hele bijbel zo vol verlangen spreekt, mag ons inspireren om te blijven vragen om echte vrede, voor al haar bewoners, voor al wie daar schuilen willen, Jood en Palestijn. We worden uitgedaagd vorm te geven aan de liefde voor wie op onze weg komt, onze naaste. De verbondenheid met Israel leert ons enerzijds een strenge afwijzing van alle antisemitisme, maar anderzijds ook van alle discriminatie van medemensen.

Terug naar de tekst. Wat wordt er nu eigenlijk gezegd in die samenvattende woorden: wat God heeft verbonden mag een mens niet scheiden. Hoeveel leed is er met deze woorden niet aangedaan aan mensen. Hoe velen hebben elkaars leven beschadigd in een ongelukkige relatie. Hoeveel schuld hebben mensen gedragen door dat ene zinnetje.

Ik lees altijd met veel plezier het klein verslag van Wim Boevink, achterop de Trouw. Op fijnzinnige wijze schrijft hij over het leven, over de kleine ontmoetingen, over de wereld. Terwijl ik na liep te denken over deze tekst las ik zijn stukje over een tijdelijke halfronde bioscoop in het station Utrecht Centraal ter ere van het filmfestival. Daar werden korte filmpjes getoond. Boevink zag een film waarin jongeren vertelden over de scheiding van hun ouders en over hun nieuwe samengestelde gezinnen. Er wordt een traantje weggepinkt. Zijn laatste regels raakten me zeer: “en in het halfrond loopt er ook één over mijn wang. Ik ben ook eens gescheiden. Zonder groot drama. Maar het is een van de beurse plekken in mijn ziel”.

Een beurse plek in je ziel. Als je elkaar los moet laten, als het samen echt niet verder kan, verbreek je dan wat God verbonden heeft? Of mag je je beurse ziel toevertrouwen aan de Eeuwige die zijn verbond met mensen nooit verbreekt. Vindt u dat te gemakkelijk gezegd? Laten we niet te snel over elkaar oordelen, maar zoeken naar ontmoeting, naar de mogelijkheid om er voor elkaar te zijn, ook als er wegen zijn in ons leven die vastlopen, als er relaties zijn die stuklopen, als we elkaar los moeten laten en met een beurse ziel achterblijven.

Jezus zet een kind in het midden, als voorbeeld van onbevangen vertrouwen, maar misschien ook om ons duidelijk te maken dat wij, wie kwetsbaar zijn, niet uit het oog verliezen. Dat we aandacht en zorg hebben voor de kinderen, voor wie gebroken is, voor wie een beurse ziel heeft opgelopen in de zoektocht naar de ander.

Jezus is radicaal in zijn liefde voor mensen. Radicaal in zijn trouw aan Jeruzalem, ook als Jeruzalem hem afwijst. Die radicale liefde mag ons tot voorbeeld, maar bovenal tot troost zijn. Het verbond dat God met zijn mensen heeft gesloten, de relatie die hij met ons is aangegaan, blijkt niet kapot te maken te zijn. Altijd weer zoekt hij ons op, ook als we een puinhoop van ons leven maken roept hij ons tevoorschijn, gaat hij opnieuw met ons op weg. Zo worden we keer op keer uitgenodigd om tevoorschijn te treden en om in de voetsporen van zijn zoon te leren dat we medemens zijn, voor elkaar geschapen. In allerlei veelkleurige relaties mogen we die liefde met elkaar delen. Mogen we voor elkaar bestaan, als mensen die elkaar in de ogen zien, die elkaars tegenover zijn. Onze liefde voor elkaar is geborgen in goddelijke liefde. Gods trouw reikt tot in eeuwigheid.

Amen.