Preek n.a.v. Marc 7, 31-37 op zondag 19 augustus door ds. Antoinette van der Wel

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

 

EN SCHRIJF

Luister naar de bomen,

naar de wolken,

naar de wind,

 

luister naar het licht

 

en schrijf,

schrijf op het water

het mooiste gedicht.

 

Luister

en schrijf je gezicht.                                                           Hans Bouma

 

 

Maar wat als je niet luisteren kan? Als je oren verstopt zitten en je stem verstek laat gaan. Als de stilte oorverdovend is? Een dove man, die moeilijk spreekt wordt bij Jezus gebracht. In hun ontmoeting gebeurt iets bijzonders, dat veel verder gaat dan het openen van verstopte oren. In hun ontmoeting wordt iets zichtbaar van kennen en gekend zijn, van een nieuwe schepping, van het goede leven. Het is een klein verhaal van hoe een leven wordt aangeraakt door het licht en hoe iemand weer een gezicht krijgt en een naam.

Jezus is nog steeds in het buitenland als er een man bij hem wordt gebracht. Hij is doof en spreekt daardoor moeilijk. Sterker nog, in het verhaal doet hij er volledig het zwijgen toe. Wat me opvalt is zijn passiviteit. Er wordt aan hem gehandeld. Hij wordt gebracht, er wordt over hem gesproken, hij wordt als het ware als een soort casus neergezet. Deze man lijkt wel het tegenovergestelde van de vrouw uit de voorafgaande verzen, die zo mondig en moedig voor haar recht strijdt. Waar zij zelf op Jezus afstapte en vroeg om hulp, doet deze man er het zwijgen toe.

Toch is het niet zo vreemd wat hier gebeurt. Iedereen die wel eens in een rolstoel heeft gezeten, al is het maar voor een onschuldige beenbreuk, weet hoe het gaat. Over je hoofd heen worden aan je begeleider de vragen gesteld. Je zit er wat verloren bij en voelt je een outcast. Wat als je doof bent en je zit in een gezelschap waar iedereen vrolijk met elkaar in gesprek is, terwijl jij niet weet waar het over gaat, omdat ze jouw taal niet spreken. Er wordt gelachen om een goed verhaal en jij hebt geen idee wat er aan de hand is.

Wat als je niet past in de gewone wereld? Als je anders bent? Iedereen heeft het over vakantie en spannende reizen, maar jij kunt door je ziekte de deur niet uit. Aan de bar vertelt een man over zijn geweldige carrière en jij zwijgt, want die droombaan heb je nooit gevonden. Bij een kopje thee worden de verhalen over kinderen en kleinkinderen verteld, maar jij hebt nooit kinderen gekregen en voelt het gemis zo, dat je maar zwijgt en je afsluit. Iemand klaagt over zijn partner terwijl jij alleen kunt denken, was die partner er nog maar. Je kunt op vele manieren buiten gesloten worden, doof zijn, over het hoofd worden gezien.

De man wordt bij Jezus gebracht. Of hij dat zelf wil wordt niet gevraagd. Dan gebeurt er iets bijzonders. Waar Jezus normaal de handen oplegt of alleen spreekt, neemt hij deze man apart. Hij raakt hem aan op de zere plekken, zijn tong en zijn oren. Die plekken die zijn hele leven hebben bepaald, die hem tot een buitenstaander hebben gemaakt, worden hier met zorg en aandacht aangeraakt. Jezus spreekt de taal van de man. Geen woorden, maar gebaren. Ik las ergens een kleine anekdote van een doof jongetje. Het zou voor dit kind geen wonder zijn als hij horen kon, maar het zou geweldig zijn als God gebarentaal zou spreken…

Misschien is dat wel het echte wonder hier. Dat Jezus de taal zoekt die bij deze mens past, een taal die zonder woorden spreekt van nabijheid en zorg, die niet over hem spreekt, maar met hem. Dan gaan je oren open en wordt je tong losgemaakt. Jezus vraagt de man niet in zijn wereld te komen, maar is nabij in de wereld van de dove. Hij komt hem tegemoet en zoekt naar verstaanbare taal.

 

Ga open, effatha, in het Aramees, de taal die Jezus waarschijnlijk heeft gesproken. Maar er is ook de zucht en de omhoog gerichte blik. De zucht die ons doet denken aan de adem die God de eerste mens door de neus inblaast bij de schepping. De man kan weer normaal spreken, goed spreken, tov, zoals eens die eerste mensen. God zag zijn schepping en het was goed, zeer goed!

Jezus herstelt de communicatie, niet als een wonderdokter die even een trucje laat zien, maar juist in zijn wijze van nabij zijn. Hij neemt de moeite om deze mens aan te raken in zijn nood. Misschien is dat wel het echte wonder: een mens wordt gezien en gehoord, ik word gezien en gehoord, niet alleen in mijn succes, maar juist in wat pijnlijk en moeilijk is in mijn leven. Dan kan het zomaar gebeuren dat je iets van een nieuwe schepping ervaart. Dat je lucht krijgt, dat je oren open gaan en je de bomen weer hoort ruisen, dat je ogen open gaan en je de wolken weer ziet, dat je de wind voelt op je huid, dat je open gaat voor de mensen om je heen.

De omstanders gaan al snel aan de haal met wat er is gebeurd, ook al vraagt Jezus hen om het stil te houden. Wat me zo opvalt is dat ze ook hier weer geen aandacht hebben voor de man. Ook hier gaan ze weer aan hem voorbij. Het is voor hen blijkbaar niet meer dan een prachtig spectaculair verhaal dat ze nu vrolijk rond kunnen vertellen. Waarom is er niemand even bij de man gaan zitten, heeft hem gevraagd wat dit voor hem betekende, hoe hij zijn leven heeft ervaren, wat hij nodig heeft? Waarom holt iedereen nu gelijk weer verder? Het lijkt wel of de man alleen als een soort testcase heeft bestaan en we nu allemaal weer over gaan tot de orde van de dag.

Ik lees in de houding van Jezus juist de ontmoeting, de aandacht, de zorg en de nabijheid. Ik vind het zo ontroerend om te zien hoe hij zorgvuldig de man met speeksel aanraakt. Zoals een moeder soms met een beetje spuug een veeg weghaalt op een wang of met een kusje een zere plek op je knie kon genezen. Zoals een hand op je schouder soms meer zegt dan woorden en een knipoog in een volle zaal meer verbondenheid uitdrukt dan ellenlange liefdesbrieven. Zoals een traan van je gesprekspartner je kan troosten zonder dat dat je verdriet wegneemt. Maar je werd gezien in je pijn, er was iemand die het aandurfde voor je open te staan, die je nabij durfde te zijn, toen je zelf het liefste onder een deken in de nacht wilde vluchten.

Natuurlijk is deze ene genezing maar een druppel op de gloeiende plaat. Menigeen heeft in de afgelopen eeuwen smekend zijn hoop op de hemel gericht om genezing, om heelmaking, om aandacht voor wat fout liep en stuitte soms op muren van stilte. Alsof God zelf doof was voor je klacht en de gebarentaal nauwelijks beheerste.

Of laat God zich op een andere wijze misschien wel kennen? Zoals Jezus het ons voordeed. Hij kwam nabij en raakte mensen aan. Hij liet zich raken door het verdriet en de nood van zijn medemensen.

Wat als we in zijn voetsporen zoeken naar nabijheid. Als ook wij het aandurven om mensen aan te raken, in de ogen te zien, echt te luisteren naar hun verhaal, ook als de taal ons daartoe ontbreekt. Wat als we mensen zouden kunnen zijn, die bereid zijn open te staan voor elkaar, die niet weglopen om het spectaculaire verhaal te vertellen, maar rustig een stoel bij trekken en vragen. Wat betekende het voor jou?

Ik durf te wedden dat er nogal wat geloofsverhalen verteld zullen worden, over hoe een weg begaanbaar bleek toen alle zekerheden uit handen waren geslagen, over hoe verdriet zachter werd toen iemand met je meehuilde, over hoe je weer ademen kon toen iemand bij je bleef in de paniek.

Lieve gemeente,

We moeten het doen met het verhaal van een man die open ging, toen hij werd aangeraakt. Een verhaal dat ons mag uitnodigen nabij te zijn als het leven zwaar is, maar ook om zelf toe te staan dat anderen ons nabij komen als we geen woorden meer kunnen horen, als we met stomheid geslagen zijn. Niet omdat we alle nood kunnen oplossen. Niet omdat we verwachten dat God met een armbeweging alle pijn en verdriet van ons wegneemt, maar omdat we in alle kwetsbaarheid vermoeden dat God zich laat kennen als mensen elkaar aandachtig nabij zijn, als ze oog en oor hebben voor elkaar.

Ik begon met een gedicht en ik wil ook eindigen met een gedicht. Karel Eykman schreef het bij psalm 146, we zongen het al in bewerking als loflied.

 

Waar is God te vinden?

Als ergens iemand voor elkaar weet te krijgen

 

Dat wie verblind is

Weer zicht kan krijgen

En wie verdoofd is

Gehoor vindt

 

Dat wie sterft van de honger

Eten kan vinden

En wie klem zit

Toch los komt

 

Dat wie eruit ligt

Binnengehaald kan worden

En wie gebukt gaat

Zijn rug weer recht

 

Dat wie alleen is

Wordt opgevangen

En een kind op straat

Beschermd is

 

Dan kan God niet ver zijn.