Preek n.a.v. Marc 12 op zondag 18 november door ds. Antoinette van der Wel

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Wat is geloof? Wanneer mag je jezelf een gelovig mens noemen? Moet je dan alles weten en voor waar aannemen? Moet je bereid zijn alles voor God over te hebben? En hoe doe je dat dan?

We treffen Jezus al een paar weken achtereen in de tempel. In het evangelie van Marcus gaat hij met verschillende mensen in gesprek. Het lijkt wel of in die ontmoetingen iets oplicht van wat geloof zou kunnen zijn, maar tegelijkertijd blijkt het ook steeds weer weg te glippen. Je denkt net begrepen te hebben wat de bedoeling is en dan word je toch weer verrast door wat Jezus zegt. Geloven is niet zozeer je conformeren aan een aantal regels, maar heeft te maken met de weg die je gaat. Maar hoe die weg er dan uitziet?

Herkenbaar? Hoe je gaandeweg in je leven tijden kent waarin geloof vanzelfsprekend en passend is en tijden waarin je het gevoel hebt niets te begrijpen en niets te ervaren van wat misschien eens zo vanzelfsprekend was?

We staan een ogenblik stil bij de kritiek op de schriftgeleerden en kijken vervolgens naar de weduwe die ons tot voorbeeld lijkt te moeten dienen.

Jezus spreekt harde en scherpe woorden over de schriftgeleerden. De hoeders van het geloof, de hoeders van de traditie krijgen een forse veeg uit de pan. Huichelaars noemt hij hen. Mooie verhalen, mooie gewaden, maar daaronder verbergt zich niets. Of toch wel, daaronder verbergt zich macht, hebzucht en schijnheiligheid. De beheerders van de schatkamers van het geloof blijken hebzuchtige lieden te zijn die de huizen van de weduwen opeten.

Harde kritiek. Gooit Jezus niet iedereen veel te gemakkelijk op één hoop? Misschien wel, maar zijn kritiek raakt aan een probleem dat zo oud is als het geloof zelf en tegelijkertijd tot op de dag van vandaag een bedreiging vormt voor de integriteit van gelovigen.

Kort door de bocht gezegd: geloof roept het mooiste in mensen wakker, maar ook het aller-lelijkste. Gelovigen hebben in naam van God omgezien naar hun naaste, komen met gevaar voor eigen leven op voor wie geen helper hebben. Er zijn grote en moedige gelovigen geweest die alles over hadden voor een ander en ons vervullen met respect en ontzag.

De keerzijde is er echter ook. We kennen de verhalen van brandstapels en inquisitie, van Jodenvervolging, moslimhaat en bloedige kruistochten. Schandalen van seksueel misbruik werden met de mantel der liefde bedekt, terwijl de slachtoffers in de kou stonden. Ongelijkheid tussen zwart en blank, onderdrukking van vrouwen en minderheden, ze zijn maar al te vaak religieus gelegitimeerd en goedgekeurd. Verstarring, gelijkhebberij en machtsmisbruik, het is helaas van de kerk van alle tijden en plaatsen. Met de bijbel in de hand is menig mens onderuit gehaald en generaties mensen zijn weggezet als tweederangsburgers. Er is helaas veel om ons voor te schamen.

Laten we maar niet te snel zeggen dat wij niet zo zijn. Geloof draagt altijd dit risico in zich. Het heeft te maken met de kern van ons bestaan, met wie we zijn en we zijn daardoor vaak bereid het met alles wat in ons is te verdedigen. Waar de één de ander slapheid verwijt op geloofsgebied, daagt de ander de eerste voor de rechtbank van de tolerantie en de openheid. Waar de één liever niet morrelt aan de rationele geloofswaarheden, is voor de ander het gevoel een allesoverheersend bewijs van gelovigheid. Zo staan we ook in de kerk soms lijnrecht tegenover elkaar, verdedigend wat ons lief is. We willen ruimte voor onze manier van geloven, maar vinden het moeilijk om ruimte te maken voor wie anders geloven. We willen een goed leven voor alle mensen, maar zijn bang voor nieuwkomers in ons land.

De huichelachtige schriftgeleerde in onszelf onder ogen zien is niet zo makkelijk, maar het lijkt me zeer gezond om het toch elke keer weer te doen. Hoe je dat doet? Volgens mij door vooral het gesprek aan te gaan met wie anders denkt, voelt en gelooft dan jij. Openstaan voor de ontmoeting in het vertrouwen dat daar waar mensen in openheid elkaar zoeken, de Eeuwige zich soms zomaar even laat zien. Geloof is geen kant en klaar product, maar wordt zichtbaar als mensen samen op weg gaan in het vertrouwen dat God met ons meereist.

Bijna onmiddellijk na de scherpe woorden voor de schriftgeleerden speelt zich een klein verhaal af in de tempel. Een arme weduwe gooit alles wat ze heeft in de offerkist. Haar hele levensonderhoud geeft ze uit handen. Had Jezus haar niet even tegen kunnen houden? Of schrijft Marcus dit kleine voorval vooral op als een soort gelijkenis en spiegel voor de belangrijke mannen en voor ons?

Wat opvalt is de zwijgzaamheid van de weduwe. Ze zegt niets, ze vraagt niets, ze komt en gooit haar offergave in de kist. Ze vertrouwt zich met alles wat ze heeft toe aan de Eeuwige. Jezus prijst haar om die daad, want ze geeft vanuit haar armoede. Het kost haar iets om dit te doen. Wat zou er met haar geld gebeuren? Zou Herodes het gebruiken om een nog mooier tempelplein aan te leggen? Of zoals in Exodus als compensatie voor een te houden volkstelling? Zo’n telling, die maar één doel heeft, namelijk het heffen van belastingen? Wie wordt er beter van het levensonderhoud van de weduwe? Je zou haar bijna toe willen schreeuwen: Houd die muntjes voor jezelf, zorg dat je niet afhankelijk wordt!

In de bijbel is er altijd bijzondere aandacht voor de weduwe, de wees en de vreemdeling. Het zijn mensen die op de ander zijn aangewezen, die zonder macht en aanzien zijn. Daarom mag je nooit de randen van je korenveld maaien. Laat het staan voor wie honger heeft, zodat die ander zonder te hoeven bedelen een maaltje bij elkaar kan scharrelen. Ik heb ergens gelezen dat rabbi’s in hun sjaal op hun rug wat geld hadden zitten, zodat mensen het anoniem konden pakken als ze het nodig hadden. Want aan de zorg voor de kwetsbaren herken je waarachtig geloof.

De weduwe wordt ons tot voorbeeld gesteld. Zij vertrouwt zich in heel haar kwetsbaarheid aan God toe. Die houding staat zo haaks op hoe we gewend zijn te leven. Onze maatschappij is vol van zelf: zelfvertrouwen, zelfredzaamheid en zelfvervulling. We leren al jong dat we zelf verantwoordelijk zijn voor ons geluk, onze gezondheid en ons succes. We dienen onafhankelijk te zijn, voor ons zelf op te komen, kortom onze eigen boontjes te doppen. Overgave, kwetsbaarheid… het zijn geen populaire woorden in onze maatschappij.

Maar wat als je niet zo zelfredzaam bent? Wat als je niet zo stevig in de wereld bent neergezet? Wat als je niet mee kunt komen in ons snelle leven? Wat als je een vluchteling bent? Of een alleenstaande moeder? Of een werkeloze vijftiger? Wat als je een verstandelijke beperking hebt of ziek bent? Wat als alles waar je op vertrouwde je uit handen is geslagen? Als je niet langer voor jezelf kunt zorgen of opkomen?

De weduwe lijkt in al haar kwetsbaarheid op Jezus zelf. Opvallend is hoe bij Marcus aan het begin van zijn lijdensweg in Jeruzalem twee naamloze vrouwen worden geportretteerd: deze weduwe en de vrouw die Jezus zalft met kostbare olie. Beiden zijn bereid alles uit handen te geven, te leven vanuit overgave en worden er om geprezen.

Zo is de mens bedoeld, om in alle kwetsbaarheid voor God te staan, vol vertrouwen dat Hij ons niet zal breken. Zoals ik ben, met heel mijn hebben en houwen behoor ik de Eeuwige toe. Daarmee is zij een voorbeeld voor Jezus zelf, die trouw blijft aan zijn weerloze weg, tot het einde toe. Alleen zo is er een nieuw begin mogelijk. De weduwe laat ons zien wat het betekent als je huis wordt opgegeten, als al je veiligheid stukslaat. Ze kijkt ons aan en vraagt: als je niets meer hebt om je achter te verschuilen, blijft dan de kern van je leven overeind? Die kern die zegt dat je nergens van God verlaten bent?

We hebben zelfredzaamheid en verantwoordelijkheid hoog in het vaandel staan. De maakbaarheid van dit leven wordt ons dagelijks voorgespiegeld en soms lijken we het gewoon te geloven. Totdat… Totdat blijkt dat we het leven niet in de hand hebben, totdat blijkt dat hoe goed we ook ons best doen, we kwetsbaar en broos zijn. De weduwe leert ons dat we in de weerloze, kwetsbare mens Gods aangezicht zien, in die kleine mens doet hij een beroep op ons. Daarom delen we straks ons brood, in het vertrouwen dat het gebrokene wordt geheeld. Want dat is geloof, vertrouwen dat de Eeuwige ons tegemoet komt en onze lege handen vult met liefde. Dan zullen we niet te breken zijn en breekt altijd weer een nieuwe morgen aan.

Amen.