Preek n.a.v. Lucas 4 op zondag 10 maart 2019 door ds. Antoinette van der Wel

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Jezus wordt de woestijn in gedwongen. Nog maar net gedoopt, nog maar net door het water heen gegaan en daar loopt hij de woestijn al in. Net als eens zijn volk, gaat ook hij door het water heen, de woestijn binnen. En daar in de woestijn waar hij 40 dagen vast, wordt zijn roeping aangevochten en wordt hij toegerust voor de tijd die volgt. Je komt zomaar niet het beloofde land in, daar gaat een weg aan vooraf en die weg leidt, of je het nu leuk vindt of niet, door de woestijn. Blijkbaar hoort dat erbij in het leven van een gelovige.

Wat is dat toch met die woestijn in de bijbel? Het volk trok er 40 jaar in rond, profeten zochten er bezinning en ook Jezus gaat die weg, voor een periode van bezinning en inkeer, een tijd van aangevochten worden en twijfel. In de woestijn wor je teruggeworpen op jezelf, kun je je niet verschuilen achter allerlei vanzelfsprekendheden. In de woestijn sta je er alleen voor, word je gedwongen na te denken over wat je beweegt. Ten diepste denk ik dat voor een ieder van ons zo’n levenstijd belangrijk kan zijn. Ik begrijp ook heel goed dat de meesten van ons geen zin hebben in een periode van wildernis en van eenzaamheid.

Misschien heeft u voor uzelf onmiddellijk beeld bij de woestijn. Denkt u terug aan een periode in uw leven waarin alles op losse schroeven stond, waarin van je vanzelfsprekendheden niets meer overeind bleef staan. Alsof je jezelf helemaal opnieuw moest uitvinden. Een periode waarin niets van wat je vertrouwd was te vinden bleek. Zo’n periode is voor ons allemaal anders. Misschien was het een tijd waarin je bidden stuk sloeg op een muur van zwijgen. Misschien was het een periode van onverschilligheid en twijfel. Misschien juist van absolute chaos, omdat de bekende antwoorden niet meer pasten bij de vragen die je hoofd vervulden. Misschien was het een periode waarin je werd stil gezet, geen werk meer, een geliefde die je verloor, een tijd van eenzaamheid. Misschien was het een tijd waarin je eindelijk eens voor jezelf durfde opkomen en stuitte op onbegrip van je omgeving. Misschien kwam je op een nieuwe school, vond je een nieuwe baan, verhuisde je naar een andere omgeving en moest je je plek weer helemaal opnieuw vinden. Misschien ervaart u de periode waarin de kerk zich bevindt wel als een woestijn. Krimpende gemeenschappen aan de rand van de samenleving. Niet langer het vanzelfsprekende middelpunt van het dorp. Gelovig zijn als een aardige privéhobby in een wereld die andere prioriteiten stelt.

Een ding hebben alle beelden gemeenschappelijk. In de woestijn ben je terug geworpen op jezelf. Je kunt je nergens achter verschuilen. Het klinkt als een weinig aanlokkelijke plek en ik denk dat de meesten van ons niet dol zijn op de onrust en de twijfel die zo’n woestijnperiode ook altijd in zich draagt.

Zouden we het ook anders kunnen zien? Zou de woestijn ook de plek kunnen zijn waar je een nieuwe manier van leven vindt? Waar je de tien woorden in de praktijk leert brengen? Waar je je brood leert delen, waar je toe mag geven dat je niet onkwetsbaar bent, waar je een hernieuwd élan kunt vinden? Zou de woestijn niet gewoon bij het leven horen en niet zozeer een ramp zijn, maar een plek waar je veel over God, je naaste en jezelf kunt leren? Waar je wordt toegerust voor het leven?

Laten we eens kijken wat er nu precies gebeurt met Jezus in die woestijn. Wat zijn de aanvechtingen waarmee hij te maken krijgt. Naar goed bijbels gebruik zijn er drie pogingen van de duivel om Jezus van zijn roeping af te brengen. Bij het woord duivel moeten we niet denken aan het beroemde mannetje met zijn puntstaart en een drietand, maar eerder aan een chaosmaker, iets of iemand die alle vaste waarden door elkaar gooit, die je een lachspiegel voorhoudt waarin alles wordt vervormd. Tot drie keer toe probeert hij Jezus van zijn roeping af te brengen. Ik sta bij alle drie even stil.

Maak van deze stenen brood. Jezus weigert.

Hij is geen tovenaar. Jezus weet dat honger en ontbering bij het leven horen. Hij gelooft niet in een God die elk probleempje opruimt voor zijn volgelingen. Als hij uit stenen brood zou maken, dan zou de woestijn een Luilekkerland zijn. Daarbij zou hij weigeren te delen in het leven van gewone stervelingen. Het is immers niet waar dat het leven altijd comfortabel en gelukkig is. Soms moet je voor wat belangrijk is de desolaatheid van de woestijn in, want daar kun je leren wat het betekent je brood te delen, te vertrouwen dat er elke dag voldoende manna zal zijn om verder te kunnen.

Kniel voor me en ik geef je alle koninkrijken op aarde. Jezus weigert.

Aan wie vertrouw je je toe? Aan wie verkoop je je ziel? Aan diegenen die je de hoogste bergen belooft? Wie mag er macht over je hebben? Je baas op het werk? Een van je ouders? Je bankrekening? Je carrière? Of zou je in de woestijn kunnen leren om vrij te zijn, zodat je straks in het beloofde land niemand meer tot slavernij dwingt. Alleen aan God vertrouw ik mij toe, zegt Jezus, want die stelt me in de vrijheid!

Spring naar beneden, de engelen zullen je dragen. Jezus weigert opnieuw.

Bewijs dan dat je een kind van God bent! Vertel de sterke verhalen! Laat het zien hoe veel vertrouwen jij in hem hebt. Jezus zal God niet voor zijn karretje spannen. Zijn macht is van een heel andere orde dan die van vangnet of probleemoplosser. De God waar Jezus zich aan toevertrouwt is een God die de woestijn met je deelt, die je leert dat er leven mogelijk is, ook in die schijnbaar godvergeten wildernis.

Wat leert een mens in de woestijn?

Hoewel wij veel energie besteden aan het vermijden van de woestijn, overkomt het ons soms zomaar dat we uit onze vertrouwde omgeving in de woestijn belanden. Is dat een ramp?

Als we het verhaal van Jezus mogen geloven hoeft dat niet zo te zijn. Het kan een periode zijn waarin we tot bezinning komen, waarin we weer leren onze prioriteiten goed te stellen. Waar verpand je je hart aan? Waar vertrouw je op? Op wie vertrouw je?

Misschien leren we daar onze angsten onder ogen te zien. De angst om anders te zijn, de angst voor de twijfel en de geloofsaanvechting, de angst om te verliezen, de angst om er niet bij te horen, de angst om leven dat kwetsbaar is.

Niemand heeft ons beloofd dat het leven alleen maar mooi en gaaf en gelukkig is, dat we voortdurend in een oase kunnen verblijven of in een bubbel van geluk.

Leven betekent: brood delen in de woestijn. Leven betekent: met een rechte rug staan voor je idealen. Leven betekent: God niet als een probleemoplosser gebruiken, maar zelf de verantwoordelijkheid nemen. Leven betekent: tot je eigen verbazing God ontdekken op onverwachte plekken.

Gemeente, zo wordt de woestijn een voorbode van toekomst en leven. Een plaats waar we leren te delen, waar we ons vertrouwen stellen in de God van de kwetsbare en waar we op onze voeten gaan staan. Zo gaan we als krachtige gelovigen op weg, door de woestijn, in het vertrouwen dat niets ons kan breken. Hij is ons immers voorgegaan.

Zo mag jij Gert rustig gaan slapen, het is Christus kerk die je gaat dienen als ouderling. Zo mogen we vol vertrouwen uit handen geven wat te groot voor ons is en rustig doen wat onze hand vindt om te doen. Tot onze vrolijke verbazing zullen we dan zien dat de woestijn gaat bloeien en dat er altijd een nieuwe morgen daagt. Na 40 dagen en heel ons leven.

Amen