Preek in de kerstnacht 2018 door ds. Antoinette van der Wel

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Kerstnacht. Een nacht vol grote woorden. Licht in de duisternis, vrede op aarde, geen soldatenlaars meer die dreunend stampt. Een nacht vol licht en liefde en blijdschap. Een nacht vol hoop en verlangen naar een wereld in harmonie. Dezer dagen verzamelen we wie ons lief zijn rond onze tafels. We trekken de gordijnen dicht, kijken met dikke sokken onder een dekentje op de bank naar kerstfilms, waarbij alles altijd weer goed komt. Lukt het ons de wereld buiten te sluiten?

Kerstnacht. Een nacht vol wonderen. Of toch niet? Als we kijken naar het verhaal van Lucas is het eerder een armzalig gebeuren daar in Bethlehem. Jozef en Maria op reis gestuurd, niet vanwege een gezellig diner, maar vanwege een machtige heerser, die wel eens wil weten wie er allemaal in zijn rijk wonen. Wat staan ze machteloos tegenover deze machtshebbers. Wie ziet hen eigenlijk? Het kind wordt geboren in het gastenverblijf, er is immers nergens ruimte voor hem in de drukke stad. Dat woord voor gastenverblijf of stal, als u dat liever is, komt in de bijbel alleen hier voor en nog een keer in de beschrijving van het laatste avondmaal. Jezus komt daar met zijn leerlingen in de bovenzaal nog een keer samen aan de vooravond van zijn gewelddadige dood. Het is net als die doeken waarin de pasgeborene wordt gewikkeld, ze lijken te herinneren aan de doeken waarin hij na zijn dood wordt gewikkeld. Nergens is er plaats voor hem.

Kerstnacht. Midden in een wereld vol geweld wordt een kind geboren. Wie ziet het? Wie begrijpt wat hier wordt verteld? Herders en engelen beweren sinds die dag dat het kind Gods onder ons is en generaties mensen vertelden het verder.

Het vraagt een omslag in ons denken. God laat zich niet vinden in het paleis van koning Herodes, of in Rome bij de machtige keizer, zelfs niet eens in een fatsoenlijk huis, maar daar waar iemand gastvrijheid verleent aan een kwetsbare zwangere vrouw, hoe armoedig het verblijf ook moge zijn. Waar menigeen uitkijkt naar een sterke heerser, een machtige man, die orde op zaken stelt in de geschiedenis, wordt door Lucas beweerd dat echte geschiedenis hier in Bethlehem wordt geschreven met de geboorte van een outcast.

Kerstnacht. De nacht waarin het weerloze en kwetsbare kind een signaal van God blijkt te zijn. Het licht voor de wereld. We worden uitgenodigd anders te kijken naar onze wereld, naar onze geschiedenis en naar onszelf. Vandaag is jullie redder geboren.

De woorden van Jesaja krijgen met dit verhaal in ons achterhoofd een nieuwe klank. Is dit wie wij verwachten? Is het kind van Bethlehem in staat het op te nemen tegen de machtigen der aarde? Is hij het die ademruimte brengt, waar de laarzen stampend door de straten gaan?

Het Christuskind ziet het licht in een wereld vol geweld en onderdrukking. Vandaag, in de nacht van twinkelende kerstbomen en kaarslicht, worden kinderen geboren voor wie geen plaats is. Is God zo aanwezig onder ons? Kunnen we hem vinden in wat kwetsbaar is? In wie kwetsbaar is? Laat God zich zo kennen?

Een nieuw geluid klinkt in deze wereld. God laat zich zien, niet in de macht van Augustus, niet in de schreeuwende heersers uit Jesaja’s dagen, niet in de machtigen van toen en nu, maar in het kind voor wie geen plaats is, in de mens die ten onder gaat. God blijkt nu eenmaal een merkwaardige voorliefde te hebben voor de onaanzienlijke. We denken hem te ontwaren bij de grote gebeurtenissen en de machtige woorden, maar hij laat zich kennen in het kleine menselijke bestaan, in ons bestaan.

Kerstnacht. God is daar waar je hem amper zou verwachten. Niet in de grote succesverhalen, maar in het weerloze leven van mensen. Hij is nabij in pijn en gemis, in offerende liefde. God laat zich vinden bij de kleinen, bij wie volhardend licht ontsteken, bij wie weigeren de wereld prijs te geven aan stampende soldatenlaarzen. Bij de dwarsliggers, de dromers, de dappere strijders voor gerechtigheid, bij wie weerloos en kwetsbaar zijn vermoeden we een teken van God.

Kerstnacht. Vandaag horen we de aloude woorden over het licht dat is gekomen in onze duisternis. Durven we het aan God te ontmoeten in het kind. Ons te laten raken door het licht dat van dit kind uitgaat, dat ons aanraakt, in vuur en vlam zet, uitdaagt het verder te dragen, uit te delen, te schenken aan wie leven in de nacht, aan wie gebukt gaan onder de kilte, aan wie zoeken naar leven.

Zo worden we uitgenodigd in de kleinen van deze aarde, Gods aangezicht te ontdekken. We worden uitgenodigd er voor hen te zijn, met een open deur en een warm huis, er te zijn voor wie verdrietig is, ons brood te delen, ons licht door te geven.

Het licht van de kerstnacht mag zo als een lichtend vuurtje door de wereld gaan, we mogen het aanwakkeren en doorgeven. We vieren deze nacht vol vertrouwen dat het licht in onze wereld is gekomen en nooit meer kan worden verduisterd. Aan dat licht vertrouwen we ons toe, dat licht willen we weerspiegelen voor wie leeft in de nacht. Het geeft ons de moed zelf lichtdragers te zijn, teken van Gods liefde, hoe hard de laarzen ook stampen en hoe bang we misschien ook zijn. Altijd weer dromen van de morgen, altijd weer een licht ontsteken in de nacht, altijd weer woorden van vertrouwen spreken. God maakt onze aarde tot zijn thuis. Begrijpen doen we het niet, maar aan die liefdevolle overmacht vertrouwen we ons toe.

Ik wens u gezegende kerstdagen.

Amen