Overdenking op oudjaarsavond door ds. Antoinette van der Wel

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Voor alles wat gebeurt is er een uur,

een tijd voor alles wat er is onder de hemel.

Alles heeft zijn tijd, er is een tijd van baren en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om te rooien, een tijd om…..

Prachtig vind ik het gedicht van Prediker over de afwisseling van de tijden. Ik moet altijd aan deze tekst denken aan het einde van een jaar. Een tijd waarin je de balans opmaakt van wat achter je ligt en tegelijkertijd al wat vooruit kijkt naar wat komen gaat. Op de drempel van het jaar 2019 kijken we nog eenmaal achterom. Wat bracht 2018 ons? De krant en media publiceren allerlei lijstjes. Wat was populair in het afgelopen jaar, wat zijn de nieuwe trends? Waar was er oorlog en waar brak vrede door. In de nieuwsoverzichten worden we geconfronteerd met een wereld die maar geen vrede lijkt te kennen. Komt het ooit goed? Je zou er somber van worden.

Ook persoonlijk maken we soms lijstjes. Was het een jaar waar je blij om bent of juist een jaar om snel te vergeten. Misschien vond je in dit jaar de liefde van je leven, kocht je een huis, rondde je een studie af of vond je eindelijk de baan waar je gelukkig van wordt. Misschien was 2018 een zwaar jaar, een jaar van gemis en verlies, een jaar dat voor altijd in je geheugen gegrift staat als het jaar waarin je een geliefde verloor aan de dood of aan het leven? Een jaar waarin je werd geconfronteerd met de kwetsbaarheid van het leven, waarin je alle vanzelfsprekendheid bent verloren.

Was het een heel licht jaar? Of juist heel donker? Ik vermoed dat voor de meesten van ons licht en donker in elkaar verweven liggen. Zoals ook in dagen van rouw er nog hartelijk wordt gelachen en op moeilijke momenten ook juist heel bijzondere en mooie dingen gebeuren. Zelden is zo’n periode alleen maar donker of alleen maar licht. Die dubbelheid schetst Prediker in zijn gedicht over de tijd, als een eindeloze herhaling van licht en donker, van leven en dood, van vreugde en verdriet. Zo ziet een mensenleven er blijkbaar uit.

Nu zou je je af kunnen vragen waar de zin van het leven zich laat zien in die eindeloze afwisseling van de tijden. Prediker benoemt de zin van ons bestaan in het genieten van het leven. Nu lijkt dat misschien op het eerste gehoor wat oppervlakkig, een hedonistische levensstijl die grijpt wat er voorhanden is en alleen voor zichzelf leeft. Ik vermoed dat zo’n levensstijl niet is wat Prediker bedoelt. Ik hoor er iets wezenlijk anders in.

Durf je het aan het leven te aanvaarden, met wat goed en mooi is en daarvan voluit te genieten, terwijl je ook bereid bent de donkere dagen te dragen als wat bij dit menselijk leven hoort? Niemand heeft ons immers beloofd dat het leven alleen maar goed en mooi is. 

Het is niet waar dat het goede mensen altijd voor de wind gaat. Ieder leven kent nu eenmaal lichte en donkere dagen. Tijden waarin het leven je toelacht en tijden waarin de nacht zwaar op je schouders drukt. In dat hele gewone bestaan worden we uitgenodigd ondanks alles het leven te aanvaarden en te genieten van de eenvoudige vreugde van het leven.

Het betekent niet dat we geen tegenslag zullen kennen en verdriet aan ons voorbij zal gaan. Ik vermoed dat juist de nacht ons het licht weer opnieuw leert waarderen. Dat duisternis ons weer doet verlangen naar het licht. Als je weet van het goede leven, als je weet van liefde en zorg, kun je niet anders dan in tijden van nacht zoeken naar wat verloren ging, verlangen tegen de klippen op dat het dag wordt.

En waar is God in dit hele verhaal? Prediker brengt hem niet makkelijk ter sprake. Hij ziet hem in het kleine genieten, in de vreugde om het goede van het leven, dat als een geschenk van God wordt benoemd. In de troostende slotregel van dit gedeelte wordt God niet alleen verbonden aan het genieten van het leven, maar zegt Prediker: God haalt wat voorbij is altijd weer terug.

God haalt wat voorbij is altijd weer terug. In Gods ogen gaat niets of niemand verloren. Zijn liefde staat als een beschermende koepel over ons leven, we worden gezien, ook als de tijden zwaar zijn. Waar we los moeten laten, afscheid moeten nemen, is God nabij.

Hoe we ons dat moeten voorstellen? Ik weet het niet zo goed, het is soms amper te geloven, laat staan te ervaren.

Kunnen we het horen als een grondtoon voor ons leven? Liefde draagt ons leven, nergens zijn we van God verlaten. Deze belijdenis kunnen we niet altijd navoelen, meezeggen of geloven. Maar toch, ook in de nacht komt er iemand die een licht aansteekt, die ons woordeloos nabij is, die meehuilt in ons verdriet. En tot onze verbazing breekt de morgen aan en lach je opeens om een mooie herinnering, om een goed verhaal. Er wordt brood gebroken, een lied gezongen en de duisternis vlucht weg.

Gemeente,

We weten niet wat 2019 ons zal brengen. We mogen echter leven vanuit het kwetsbare vertrouwen dat we worden gezien, dat ons leven in al zijn vrolijkheid en verdriet wordt gedragen door een liefde die groter is dan ons hart.

Aan die liefde vertrouwen we ons ook in het nieuwe jaar weer toe. Waar zouden we anders ons heil moeten zoeken. In alle kwetsbaarheid zeggen we daarom de woorden met Paulus mee.

Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.

Aan die liefde vertrouwen we niet alleen het jaar dat achter ons ligt toe, maar ook onszelf in 2019. Ik wens u een gezegend en liefdevol nieuw jaar.

Amen.